Het vrije vers

Voor en door plezierdichters

Omdat light verse lééft


De witte Sneeuwklok aan het eind van haar Latijn
Is zichtbaar drachtig van met zaad gevulde koppen
De Blauweregen zwaar van honderdduizend knoppen
Ontluikt haar ogen in een waas van blauw satijn

De Rododendron staat op barsten van het paars
En de Hortensia bebladert teer haar stokken
De Schoenlapplant ontdoet zich van haar wintersokken
En steekt haar voeten in een purp’ren voorjaarslaars

Dan krimpt de wind en ieder grijpt weer naar zijn wanten
De kou slaat toe en nachtvorst rijpt op plant en struik
De thermometer maakt een diepe steile duik
En hagelstenen springen op naar alle kanten

Maar wees gerust, zo’n koustuip is van korte duur:
De zon haar noorder declinatie groeit per uur


Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Forum (recent...)

Uit het archief

Een plaag



Er is onlangs een nieuwe trend verrezen:
Men rijmelt bij de wilde beesten af,
ruim een miljoen zit elke avond maf
een lullig versje bij elkaar te pezen.

Kom mensen, laat ons nu eens eerlijk wezen,
dit is geen hobby meer, het is een straf
(er zit maar weinig koren bij het kaf)
voor hen die al die rotzooi moeten lezen.

En bovendien, zo valt alom te vrezen,
staat elke dichter van zichzelve paf
en denkt dat als hij rusten zal in ’t graf
zijn werk nog generaties wordt geprezen.

Dat hoeft geen ene rijmer dus te hopen:
Hij kan zijn bundels nu al niet verkopen

Koop koop koop