Het vrije vers

Bevrijd van vormloosheid

Omdat light verse lééft

 


Wellicht komt het wel door die lange dagen
dat mijn gemoed door treurnis wordt geplaagd
of door de zwoele wind die met zijn vlagen
de laatste wolken uit de hemel jaagt.

De hete zon is haast niet te verdragen
die zengend het verdorde land belaagt
en ook nog die verrekte lange dagen;
’t is logisch dat mijn geest zo wordt geplaagd.

Het buiten zijn is om verbranden vragen
zodat je daar benauwde kleren draagt
en steeds maar weer die eindeloze dagen
waarop mijn geest door treurnis wordt geplaagd.

Voor mij is het beslist geen welbehagen
die rooie kop het is toch geen gezicht,
dat krijg je met die bloedgeslagen dagen;
een flinke onweersbui, dat help wellicht.

Ter voorkoming van misverstanden: dit versje is NIET autobiografisch.

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

Een spiegel een glimp

Zaltbommel voorheen en thans

 
Heb ik bij Bommel echt een brug gezien?
Opeens zag ik een brug. En aan weerszijden
geen pont, die je gewoonlijk daar ziet glijden
als je aan ’t sturen bent. Een tel of tien
dat ik zo stond, aan dek, aan ’t roer geklonken,
mijn koffie koud al in de tussentijd –
laat mij daar ergens uit een andersheid
een beeld ontwaren dat mijn ogen dronken.
 
Een fietsend joch. Zijn wapperende jas
over die brug, terwijl ik aan kwam varen.
Hij stapte af, hij lei een schrift in ’t gras,
 
en wat hij schreef zag ik dat verzen waren.
O, dacht ik, o, dat dat mijn zoon ooit was.
Pom pom, zong ik, mijn hart zal dit bewaren.
 
 
 
Contragedicht
 
Credits prentbriefkaart: F.L. Stehmann, Collectie Gelderland
 

Bundels