Het vrije vers

Bevrijd van vormloosheid

Omdat light verse lééft



Geertruida Botje was een pinnig vals secreet.
Van haar mocht Berend nimmer met zijn boot uit varen,
ondanks het feit dat hij verknocht was aan de baren,
wat hem uit weemoed overmatig drinken deed.

Een frisse zeebries speelde nooit eens door zijn haar,
noch zag hij springende dolfijnen voor de boeg.
Zo kwijnde Berend Botje weg van jaar tot jaar
al aan de bruine toog van een Zuidlaarder kroeg.

Zijn leven, slechts gedomineerd door kwel en leed,
zo bovenmatig dat het haast niet was te dragen,
viel hem het zwaarst op zonbeschenen zomerdagen
als oostenwind met vlagen over 't water gleed.

Een frisse zeebries speelde nooit eens door zijn haar,
noch zag hij springende dolfijnen voor de boeg.
Zo kwijnde Berend Botje weg van jaar tot jaar
al aan de bruine toog van een Zuidlaarder kroeg.

Doch op een dag heeft hij zijn laarzen aangetrokken,
zijn bootje met een mast en zeiltje opgetuigd.
Bij 't keren van het tij is hij alleen vertrokken;
zijn vrouw Geertruida heeft hem zelfs niet uitgewuifd.
Hij zeilde klaar en plat voor 't lapje ongereefd
naar Mokum waar hij nu als Shantyzanger leeft.

In rook en dranklucht, steeds een neutje voor de boeg,
zingt hij zijn liedjes over botters en galjoenen
van acht uur 's avonds tot de kleine uurtjes vroeg
al aan de bruine toog in een Zeedijker kroeg.

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

Yumitripela (Nijmeegs sonnet)

 



Ons eerste samenzijn na vele jaren
Herinnert ons er allebei weer aan.

          We waren stoer in woorden en gebaren,
          Je zag ons altijd met zijn drieën gaan.
          Hij wilde steeds een nieuwe weg inslaan,
          Want nooit zag hij problemen of gevaren.

Vooraf zag ik wat praktische bezwaren,
nu ben ik blij om hier naast jou te staan.

          Hij wou iets groots doen tijdens volle maan.
          Wij hadden heel veel mitsen, heel wat maren.
          Hij moest het klusje in zijn eentje klaren
          en dat heeft hij uiteindelijk gedaan.

Terwijl we zwijgend in ons glaasje staren
proef ik opeens de ziltheid van een traan.


Ik heb Cees van der Pluijm niet gekend, maar weet nog precies wanneer ik zijn naam voor het eerst las. Drs. P schreef enthousiast over een Nijmeegse student die een geheel eigen sonnetvorm had verzonnen, het Nijmeegs sonnet.
Bovenstaand gedicht is een bewerking van een ellenlang blank vers; de inhoud heeft dus niets met Cees van der Pluijm te maken, de vorm des te meer. Deze versie bevalt me eigenlijk beter dan het origineel. Beide gedichten hebben dezelfde titel, waarvan u de betekenis zelf kunt googlen.