Het vrije vers

Bevrijd van vormloosheid

Omdat light verse lééft



Toen ik als kleine jongen eens per jaar ter kermis ging,
kreeg ik van Oude Oma twee rijksdaalders te verteren.
Dat was een godsvermogen om in één dag te spenderen
aan draai en zweef en suikersuikerspin en menig ander ding.

Als ik mijn ogen toedoe zie ik nog steeds in mijn geest
hoe Jack Ladero, bijgenaamd ~Het Knetterende Beest~,
zijn rondjes draaide in de kuip, tot boven aan de rand
op klapperende duigen van de houten steilewand.

Maar tot het allerlaatste hield ik altijd vijftig cent,
dat was de prijs van toegang tot die fel gekleurde tent
waar vreemde mensen huisden en die mocht je dan bekijken,
al hoopte je hartgrondig nooit op één van hen te lijken.

De vrouw met baard, ik weet het nog, die vond ik heel bijzonder,
maar toch, de man met borsten was voor mij een wereldwonder.

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

We waren god, maar zaten zonder meid



We waren god, maar zaten zonder meid.
Dus lazen we begerig in één ruk
de avonturen van Jan Wolkers stuk
als medicijn tegen de eenzaamheid.

Ook Ik Jan Cremer werkte als een drug.
We raakten gaandeweg de onschuld kwijt
en voelden ons uiteindelijk bevrijd
op onze reis naar liefde en geluk.

Ten einde alle mores af te schaffen
ontstond de strijd tegen de constitutie,
de kerk en uiteraard de ouwelui.

Een kleine ritselende revolutie.
Eén ding: we bleven onverminderd paffen.
De provo’s dansten hoestend op het Spui.


* Het ontwaken in de jaren zestig.

Sonnet 12-5 uit de dit jaar nog te verschijnen sonnettenkransenkrans “De vaderlandse geschiedenis” onder redactie van Hilde van Beek en Bas Jongenelen.
(NB: de regels 1 en 14 waren voorgeschreven).