Het vrije vers

Voor en door plezierdichters

Omdat light verse lééft



Piet Bakker ging op vrijdagavond vast
ter lessing naar ’t café van Opoe Bekker.
De jonge klare was er koel en lekker
en nooit stond er een glas leeg op de kast.

Zo rond de klok van elven, vaste prik
stond Piet vanwege wat hij had genoten
meestal een beetje wankel op de poten
en in zijn stem klonk nu en dan een hik;
dat was zijn tijd om op de fiets te stappen.

Maar op een keertje zat het hem niet mee
en reed hij in de sloot voor het café
in plaats van op het asfalt door te trappen.

Piet kwam vol kroos en prut het water uit
met op zijn kop een levensgrote puit.


Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Forum (recent...)

Uit het archief

En nu naar bad (Eindelijk voltooid)



Mijn bladerloze schaduw mijdt het water
En speurt de witte angst van eeuwen later

Ik wend mij af en doof mijn vale lichten
Ik heb een rein geweten zonder plichten

Mijn weemoed maakt de koele vlinder wakker
Van mij, getooide zelf, een dorre akker

Ik zie mijn grijze droefheid aan de kim
Die daar zo heilloos zit, o naakte schim

Aan wie'k mijn zachte treurnis zeg, in stromen
Als dauw die druppelt van de trage bomen

Zo druppelt in dit hart tezeer gehavend
Een droeve snik die glinstert in de avond

O, zie, hoe klaar en koel mijn schamelheid
In 't land van regen tot een bad bereid


Voor wie nu wezenloos voor zich uitstaart, klik hier voor een volledig begrip.

Koop koop koop