Het vrije vers

Bevrijd van vormloosheid

Omdat light verse lééft



Het leven is net als een groeigedicht.
Je denkt al gauw: ~Dat lap ik hem wel even.~
’t Blijkt toch een zwaar karwei, al lijkt het licht.

Het leven is net als een groeigedicht.
De eerste strofe heeft haast geen gewicht,
die heb je in een oogwenk neergeschreven.
Je denkt al gauw: ~Dat lap ik hem wel even.~
Daarna krijg je per regel minder zicht
op welke wijze je het vorm moet geven.
’t Blijkt toch een zwaar karwei, al lijkt het licht.

Het leven is net als een groeigedicht.
Je doet je best maar raakt nooit echt bedreven,
dat wordt je mettertijd wel ingewreven.
De eerste strofe heeft haast geen gewicht,
die heb je in een oogwenk neergeschreven.
Je denkt al gauw: ~Dat lap ik hem wel even.~
Daarna krijg je per regel minder zicht
op welke wijze je het vorm moet geven.
Een groeigedichtje maken is als leven:
aan ’t einde zie je pas wat is verricht.
’t Blijkt toch een zwaar karwei, al lijkt het licht.

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

14 februari 2012

Ik heb vandaag geen mooie roos gekregen,
Er zat niet eens een kaartje in de bus.
Geen minnares gaf mij pardoes een kus
En niemand bleek mij stiekem toegenegen.

Ik snap het wel: ik ben al lang belegen,
Ik word al grijs en ben reeds vijftig plus.
Het is helaas maar al te obvious
Dat ik de prille liefde ben ontstegen.

Maar ach, ik heb geen reden om te klagen:
Ik werd vanochtend wakker naast mijn vrouw
Die mij nog altijd bij zich kan verdragen.

Ze kuste goedemorgen, ik dacht wauw!
Dit wil ik nog wel honderdduizend dagen,
Ik blijf haar tot mijn levenseinde trouw.