Wanneer een lichte dichter is gestorven
dan zou je denken: dat is minder zwaar,
hij heeft in zoveel mooie taal gezworven,
er komt een punt, dan is hij ermee klaar.

En al die grappen die hij heeft verwoord,
hoe vaak heeft hij wel niet de spot gedreven
met liefde, dood, met een karaktermoord,
of zelfs zijn eigen eindsonnet geschreven.

Ook als de ironie het af moet leggen,
toch zoekt hij naar een vorm die daarbij past,
die weergeeft wat hij daar over kan zeggen
al is hij nu dan zelf niet meer vormvast.

Het blijft een lullig puntje aan het leven:
de clou is van tevoren al gegeven.

I.M. Driek van Wissen

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

Alles is meteen zoveel



Ik ben nog lang niet levensmoe
Ik wil nog naar van alles toe
En nog veel meer

Naar Yokohama, naar mijn pa
Naar Phantom of the Opera
Naar Wormerveer

Maar alles iseen zoveel
Want telkens doe ik maar een deel
Dan stopt het weer

Mijn volgend reisje is nu naar
Het verre vreemde Tibet waar
Ik mij bekeer

Als ik me aan ’t Boeddhisme wijd
Zodat ik als ik overlijd
Reïncarneer

Mijn volgend leven kom ik toe
Aan alles wat ik nu niet doe
En nog veel meer


(Niet ingezonden bijdrage voor de Willem Wilminkwedstrijd)