Het vrije vers

Voor en door plezierdichters

Omdat light verse lééft

Ik woonde vroeger op de evenaar,
in huis en tuin omringd door vreemde dieren.
De houseboy bakte wel eens vleugelmieren,
die proefden we, ze smaakten zoet en raar.

De tuin die leek wel kilometers lang
en grensde aan mijn jungle met een sluippad.
Ik zag er slingeraapjes, een civetkat,
ook vond ik er een dode witte slang.

Rondom het huis was een enorm balkon
waar onze grijze roodstaartpapegaai
zijn naam Kasuku riep met veel lawaai.
De plantenbak met de kameleon.

En nu? Nu hebben we twee poezen thuis,
en soms hoor je het piepen van een muis.

 

Dit gedicht was bij de beste 8 van de autobiografische sonnettenwedstrijd. 

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Forum (recent...)

Uit het archief

De Alvestêdentocht

Ljouwert
Bij het binden van de riemen
Gaat de oostenwind al striemen.

Snits
Neuzen, oren vriezen af
Want een oostenwind is straf.

Drylts
Onder ijselijk gekrijs
Zakt een schaatsploeg door het ijs.

Sleat
Dat is boffen: na een krak
Weer een schaatser in een wak!

Starum
Prachtig, zo’n Elfstedentocht
Maar dat Bearenburch is bocht.

Hylpen
Hoor, mijn kachel loeit en snort
En mijn kater spint en knort.

Warkum
Ik verveel mij geen moment
En die Bearenburch, die went.

Boalsert
Wel gaat men er, hik! van hikken.
Knieën kraken, enkels zwikken.

Harns
Zonder Tocht worden met reden
Deze steden strikt gemeden.

Frjentsjer
Daarom kent men in die plaatsen
Hollanders alleen op schaatsen

Dokkum
Bezig, met oranje mutsen
’t Fryske gea te verprutsen.

Ljouwert
Maar wie wint met vele uren?
Juist, dat is W.A. van Buren.

 

Koop koop koop