Het vrije vers

Bevrijd van vormloosheid

Omdat light verse lééft

Ik woonde vroeger op de evenaar,
in huis en tuin omringd door vreemde dieren.
De houseboy bakte wel eens vleugelmieren,
die proefden we, ze smaakten zoet en raar.

De tuin die leek wel kilometers lang
en grensde aan mijn jungle met een sluippad.
Ik zag er slingeraapjes, een civetkat,
ook vond ik er een dode witte slang.

Rondom het huis was een enorm balkon
waar onze grijze roodstaartpapegaai
zijn naam Kasuku riep met veel lawaai.
De plantenbak met de kameleon.

En nu? Nu hebben we twee poezen thuis,
en soms hoor je het piepen van een muis.

 

Dit gedicht was bij de beste 8 van de autobiografische sonnettenwedstrijd. 

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

een schapenstreek

Men zat gezellig, zondagmiddag, zonnig in de suite,
de dames Groen die breiden samen aan een wollen sjaal,
de dominee was na de dienst ontboden op visite,
het schaap Veronica dat las een boek, een reisverhaal.

Ha, zei Veronica, ik heb het altijd ergens wel geweten,
ik kom als schaap niet hier maar van daarginds heel ver vandaan,
want ooit heb ik in hoge woeste landschappen gezeten …
Ach, riep de dominee, u komt dus werkelijk van de maan?

Zeg dominee, u moet het arme schaap toch niet zo plagen,
de dames Groen die breiden ondertussen vruchtbaar door,
juffrouw Veronica heeft existentiële vragen,
dan bieden wij haar welbeleefd ons luisterende oor.

Ik lees hier, zei Veronica, met blosjes op haar wangen,
van de Faeröer, ‘t schapeneiland, mijn geboorteland!
Ik krijg opeens een groot en sterk verhuisverlangen,
ik weet het zeker, later word ik schaap en emigrant!

Je hoorde in de suite liefst een viertal naalden vallen,
de dames Groen verstijfden, werden bleker om de mond,
de dominee die wreef onder zijn bril over zijn wallen,
ze sputterden: Maar hier, bij ons, is uw geboortegrond!

Veronica riep proestend: Zo, dat was toch wel touché!
Wie wil er nog zo’n lekker bokkenpootje bij de thee?