Het vrije vers

Voor en door plezierdichters

Met Forum, Vorm én Vent




De dichters van plezier

Je ziet ze op de vreemdste plekken,
in parken of op lege pleinen,
daar broeden ze als dorpse gekken
op hun sonnetten en douzijnen.

Spontaan gaan ze dan declameren
met veel bombast en retoriek,
verheffen zich in hoger sferen
voor meestal hoogbejaard publiek.

Er is vast wel een reservaat
voor dit merkwaardige vertier.
Al doen ze verder niemand kwaad,
zijn soms best aardig, op papier.

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Forum (recent...)

Uit het archief

Leviathan





P
salm 74, vers 14 (Statenvertaling)
Gij hebt de koppen des Leviathans verpletterd;
Gij hebt hem tot spijs gegeven aan het volk in dorre plaatsen
.

‘O God’, dacht Hij, ‘ogottegot, waar Ik nóu toch mee vocht?
Een slang, een draak, een wallevis? Wat was dat voor gedrocht?
Dat beest was zelfs nog méér dan Ik: een zeven-enigheid!
Maar zijn karkas daar zit Ik mee; hoe raak Ik dat weer kwijt?’

Hoewel het zeker dood was zat er toch nog leven in
Als maden, pieren, kevers: ieder eind is een begin
Maar ondanks al dat leven, ieder met een levensvonk
Lag het al snel te rotten en het riekte en het stonk

Omdat het beest reusachtig was zat Hij er reuze mee
Maar volgens de psalmist kreeg Hij toen toch een goed idee
Hij voerde het Zijn uitverkoren volk op aan de dis
Het is maar goed dat niemand nu nog weet wat 'manna' is

Maar goed; de vraag 'Wie schiep dat beest, dat daar zo plotsklaps zwom?'
Die blijft, dus God kijkt op Zijn troon vaak schichtig achterom

Koop koop koop