Het vrije vers

Bevrijd van vormloosheid

Omdat light verse lééft

 
 
1.
 
Dit is een girotondolettenkransje.
Volstrekt uniek en enig in zijn soort,
al klinkt dát dan wellicht toch wat infaam.
 
Maar ík had er nog nimmer van gehoord,
dus draai ik hier een liefdesrondedansje.
De vinding schrijf ik vrolijk op mijn naam.
 
2.
 
De vinding schrijf ik vrolijk op mijn naam,
een plus voor mijn curriculum vitae,
een aanwinst voor het opgepoetst blazoen.
 
Ik ben er nogal in mijn nopjes mee.
Wellicht word ik spontaan wel polygaam
en zingend ga ik aan de liefde doen!
 
3.
 
En zingend ga ik aan de liefde doen,
een liedje over quanto bello mondo
zal klinken door het open tuimelraam.
 
De hele dag dans ik de girotondo,
een goddelijk verkregen visioen.
Ik reken op zijn minst op wereldfaam.
 
4.
 
Ik reken op zijn minst op wereldfaam,
al is het kunstje een soort a-b-c,
dit is toch wel een zeldzaam buitenkansje.
 
Ik stuur het op naar Doctorandus P,
een heerschap, literair én vakbekwaam,
want déze claim is dus géén tweedehandsje.
 
5.
 
Want déze claim is dus géén tweedehandsje.
Wanneer zag men het volgzame sextet
een selfiedans doen in een legioen?
 
Al is de bouwsteen - girotondolet -
geef ik grif toe, dan wel een samenflansje:
mijn muze blaast al reeds op mijn klaroen.
 
6.
 
Mijn muze blaast al reeds op mijn klaroen.
En schokkend schalt een ferme jubelkreet
want deze dag krijgt een bijzonder glansje.
 
Welnu, aan u, het land, en de planeet,
stel ik nu voor, en dat met goed fatsoen:
dit is een girotondolettenkransje.
 
7.
 
Dit is een girotondolettenkransje.
De vinding schrijf ik vrolijk op mijn naam
en zingend ga ik aan de liefde doen!
 
Ik reken op zijn minst op wereldfaam
want déze claim is dus géén tweedehandsje.
Mijn muze blaast al reeds op mijn klaroen.
 
 
 
 

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

Album van de Indische poëzie 5


Kampong Mahu, Saparua 1987



In 1987 maakte ik een reis naar de Molukken en schreef naar aanleiding daarvan een aantal gedichten. Zo’n tien jaar geleden ontmoette ik Patty Scholten voor het eerst in Amsterdam en tot onze verrassing bleken we niet alleen dezelfde kampong op het eiland Saparua te hebben bezocht, maar over dezelfde vissers, zonsondergang en matjes met drogende kruidnagels te hebben geschreven, met ongeveer dezelfde strekking. Het octaaf van haar sonnet vond ik terug in mijn gedicht Molukken 1987 en het sestet in mijn sonnet Tjenkeh. Aardig voor de lezer om dat hier eens te vergelijken.

(Dit gedicht verscheen in de bloemlezing Wonder en geweld, samenstelling Hans Straver, Utrecht 2007)