Het vrije vers

Voor en door plezierdichters

Met Forum, Vorm én Vent

 
 
1.
 
Dit is een girotondolettenkransje.
Volstrekt uniek en enig in zijn soort,
al klinkt dát dan wellicht toch wat infaam.
 
Maar ík had er nog nimmer van gehoord,
dus draai ik hier een liefdesrondedansje.
De vinding schrijf ik vrolijk op mijn naam.
 
2.
 
De vinding schrijf ik vrolijk op mijn naam,
een plus voor mijn curriculum vitae,
een aanwinst voor het opgepoetst blazoen.
 
Ik ben er nogal in mijn nopjes mee.
Wellicht word ik spontaan wel polygaam
en zingend ga ik aan de liefde doen!
 
3.
 
En zingend ga ik aan de liefde doen,
een liedje over quanto bello mondo
zal klinken door het open tuimelraam.
 
De hele dag dans ik de girotondo,
een goddelijk verkregen visioen.
Ik reken op zijn minst op wereldfaam.
 
4.
 
Ik reken op zijn minst op wereldfaam,
al is het kunstje een soort a-b-c,
dit is toch wel een zeldzaam buitenkansje.
 
Ik stuur het op naar Doctorandus P,
een heerschap, literair én vakbekwaam,
want déze claim is dus géén tweedehandsje.
 
5.
 
Want déze claim is dus géén tweedehandsje.
Wanneer zag men het volgzame sextet
een selfiedans doen in een legioen?
 
Al is de bouwsteen - girotondolet -
geef ik grif toe, dan wel een samenflansje:
mijn muze blaast al reeds op mijn klaroen.
 
6.
 
Mijn muze blaast al reeds op mijn klaroen.
En schokkend schalt een ferme jubelkreet
want deze dag krijgt een bijzonder glansje.
 
Welnu, aan u, het land, en de planeet,
stel ik nu voor, en dat met goed fatsoen:
dit is een girotondolettenkransje.
 
7.
 
Dit is een girotondolettenkransje.
De vinding schrijf ik vrolijk op mijn naam
en zingend ga ik aan de liefde doen!
 
Ik reken op zijn minst op wereldfaam
want déze claim is dus géén tweedehandsje.
Mijn muze blaast al reeds op mijn klaroen.
 
 
 
 

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Forum (recent...)

Uit het archief

Aporie

De poëzie van peuken op een bord
Van korsten brood, verschimmeld in een hoek
Van stapels oud papier, haast ingestort
Dat is wat ik in dit gedicht niet zoek

Het beeld van noodweer, kletterend maar kort
Van een nog uren klamme spijkerbroek
Van schoenen waar het nooit meer droog in wordt
Dat is wat ik niet schilder op mijn doek

Maar lammetjes, geboren in april
Een rode roos zojuist in volle bloei
De blauwe lucht, een spelend kind, een lied

Dat is toch ook weer de bedoeling niet
U ziet: ik raak behoorlijk in de knoei
Nu ik wel dicht, maar niet veel zeggen wil

Koop koop koop