Het vrije vers

Voor en door plezierdichters

Met Forum, Vorm én Vent



Het is als het verslapen van de geest,
stel ik mij voor. Een ondertiteld dromen
van wat er was en wat wellicht zou komen,
een carnaval van beelden. Als een feest.

En wat voor één! Een optocht van fantomen
waarin je eindeloos de lippen leest
van iedereen die hier ooit is geweest,
waarvan nooit meer een teken is vernomen.

Maar dit is een parade zonder woorden
en nergens klinkt muziek of hoorngeschal.
Men danst met knekels op een dodenbal.

Je schreeuwt vergeefs, verstomd, je eigen naam.
Er is geen god of liefde die het hoorde.
Intens geleefd. En dan de poppenkraam.

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Forum (recent...)

Uit het archief

Paul van den Hout overleden


Paul van den Hout (foto Bob Evers-fansite)

Het bericht bereikt ons dat op 1 december Paul van den Hout is overleden.
Paul  van den Hout (1939) was de zoon van de flamboyante Willem van den Hout, bekend onder vele aliassen, waarvan de bekendste Willy van der Heide zijn, schrijver van de Bob Evers-reeks en Willem Waterman, redacteur van het nazistische satirische blad De Gil.
Paul was een rustige, stille drinker,  omschreven als ‘zonder vaste woon- of verblijfplaats’ en geroemd om zijn geniale poëzie-vertalingen, die verschenen in De tweede ronde.
Ook publiceerde hij in dit blad (en sporadisch op Het vrije vers) zijn lightverse-gedichten, die vaak een serieuze toon hadden, in de stijl van Jan Boerstoel, Driek van Wissen en de jonge Jean Pierre Rawie.
In 2002 verscheen zijn debuutbundel Oud Heden, met vertalingen en light verse, waarin hij zich kon meten met de hogere klasse.
In 2010 verscheen nog De muze en de misdaad.
We nemen met een borrel in stilte afscheid van een van de betere en onbekendste plezierdichters van ons land.

Bede aan de barmeid

Zijn nog vooroorlogse karkas begint te kraken
en krimpen, constateert hij aan zijn lubberhuid;
zijn weke vlees ziet er als walvisblubber uit;
zijn ledematen lijken schrale bonestaken.

Hij draagt een kunstgebit dat klappert in zijn kaken,
zijn ogen gaan haast zienderogen achteruit;
door alles wat hij hoort, zeurt een gestaag gefluit;
gênant gaat hem nu zijn geheugen ook verzaken.

Zijn huisarts spreekt van Bacchus als 'de God der wrake',
en zijn driest drankgebruik noemt hij 'vermetelheid';
toch blijft zijn borreltje hem steeds naar méér nog smaken.

Ach, in het voorportaal van de Vergetelheid
mag hij toch zelf, zo lijkt het ons, de dienst uitmaken -
dus wees een schat en schenk hem nog een Ketel, meid.

Paul van den Hout (De tweede ronde, Lente 2008)

 

Koop koop koop