Het vrije vers

Bevrijd van vormloosheid

Omdat light verse lééft



Wat heb je fraaie bossen
en een vurig paarse hei.
De burgers in de straten
roepen almaar van joechei.
En kijk ze daar eens hossen,
zeer diepzinnig en zo blij.
Geen ziel voelt zich verlaten
want geluk is steeds nabij!


Je kunt ook heel gelukkig zijn
in Appelscha of Werkendam,
in Niemandsdorp of IJsselstein
of in huize Weltevreden.
Maar nergens ben je zo gelukkig,
zo gelukkig als in Ede!


O poort van de Valouwe,
O schoonste heerlijkheid.
Het is er altijd vrede
en je raakt er nooit iets kwijt.
Op dit geluk kun je vertrouwen
en ze hebben alle tijd
in de dorpste aller steden.
Het is gemeten, dus een feit.


Je kunt ook heel gelukkig zijn
in 't kloppend hart van Rotterdam,
in Plopsaland of Bommelstein
of in een ver verleden.
Maar nergens ben je zo gelukkig,
zo gelukkig als in Ede!


Depressies zijn er niet
want daarvoor is het veel te fijn.
Daar zijn die heideplantjes voor,
ook raadzaam voor de lijn.
O Ede, wat een zalig lied
met een dot van een refrein.
Dat kan alleen maar door
een Edenaar geschreven zijn.

... die nergens zo gelukkig is
als in het heerlijk heden,
want niemand is gelukkiger
dan een inwoner van Ede!


Ede heeft volgens de jongste Atlas der Gemeenten de gelukkigste inwoners.
En dat wilde ik maar even beamen, toevallig ben ik dan ook een Edenaar.

ps
Op FB vroeg Niels (B.) of het op een bestaande melodie is geschreven. Dat is niet het geval. De drie- en viervoeters zijn in de coupletten niet volledig consequent doorgewerkt, maar ik ben even te gelukkig om me daar nu om te bekommeren

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Forum (recent...)

Uit het archief

Op een platluis



Wanneer je hitsig bent geweest
Met een matrone, goed bevleesd
Dan komt het jeukende tempeest
Dat platluis heet
Hij wordt om één ding zeer gevreesd:
Zijn overbeet

Zoals matrozen aan de mast
Klampt hij zich aan je schaamhaar vast
En deze ongenode gast
Betaalt geen huur
Nee, voor zijn kriebeloverlast
Betaal jij duur

Dus ga je driftig in de weer
Met carboleum, zeep en teer
Al doet deze remedie zeer:
Men moet toch wat
Je maltraiteert je jongeheer
De zaak ligt plat

Met zalf tot aan je heiligbeen
Heb je dan weer het rijk alleen
Omdat de laatste neet verdween
Dan is het feest
Maar hou het feestgewoel bij één
Genoeg gebeest



Nou was deze dag bijna voorbijgegaan zonder dat we aandacht geschonken hadden aan de Schotse dichter Robert Burns (1759-1796), de naamgever van de Burns stanza, een versvorm zoals hierboven te lezen is.

En dat terwijl het vandaag zijn sterfdag is.
Zoals de scherpzinnige lezer al begrepen heeft bestaat een couplet uit 6 regels met het rijmschema aaabab, waarbij a viervoetig is en b tweevoetig.

Geen vorm om hysterisch van te worden, oké, en zelfs niet door Burns bedacht (het stond eerder bekend als standard Habbie, naar Habbie Simpson (1550-1620), de 'Piper of Kilbarchan') maar zeer populair gemaakt door Burns, die een voorliefde voor de dierenwereld had, zoals blijkt uit titels als To a Mouse en To a Louse, hoewel hij ook het leerzame To a Haggis schreef.
To a Louse (waarin hij zich 16 coupletten lang opwindt over het gedrag van een luis, die hij tijdens een kerkdienst waarnam op de hoed van een voor hem zittende dame) is wel zijn bekendste en om hem te eren schreef ik dus Op een platluis.
Het schrijven hiervan heeft helaas zoveel tijd in beslag genomen zie ik nu, dat zijn sterfdag tóch ongemerkt voorbijgegaan is en gisteren was.

Koop koop koop