DICHTER
 
De laan waarin we woonden
had geen eind en geen begin,
en alles wat bestond lag daar
voor altijd tussenin.
 
We kenden elke tegel, alle bomen,
begroeven schatten in de grond.
In eenendertig stappen bij elkaar,
ons zakmes sloot een bloedverbond.
 
Kunnen we nog eens teruggaan,
al is het voor één dag?
Buiten spelen, of met de racebaan,
dat groot zijn eventjes vergeten.
 
En dan blijven voor het eten,
als het van je moeder mag.
 
 
 

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

Allemaal gelijk



God is mens geworden

De Here God is waarlijk mens geworden!
Een mens was God: zoiets dat is uniek!
En zij die hierop schamperden en morden
En nare dingen schilderden op borden
Dat waren zeer onopgevoede horden
Een vieze vuile farizeeërkliek!

Matth. 16:15: 'U bent de messias, de Zoon van de levende God.'


Alle mensen zijn goden

Wij zijn al God, we zijn het niet geworden
We zijn met velen: God is niet uniek;
De knechten die stuurs op hun meesters morden;
De hongerlijders met hun lege borden;
De zwaargetatoeëerde voetbalhorden;
Tezamen vormen wij één godenkliek

Joh. 10:33: 'u bent een mens maar beweert dat u God bent!' Jezus zei: 'Staat er in uw wet niet geschreven:"Ik heb gezegd: 'U bent goden'"?' (Jezus weet wel vaker niet waarover hij praat, het staat niet in de wet, maar in Psalmen 82:6,7:  'Wel heb Ik gezegd: Gij zijt goden, ja, allen zonen des Allerhoogsten').