Het vrije vers

Bevrijd van vormloosheid

Omdat light verse lééft

Hij dacht dat hij een ringslang zag
Die zocht naar hoger gras
Maar toen hij weer keek was het slechts
Een houtje-touwtje jas.
'Natuurlijk', sprak hij zwaar verliefd,
'Ik trouw niet in een tas.'

Hij dacht dat hij een knipmes zag
Dat in een rondje zwom
Maar toen hij weer keek was het slechts
Een slimme clusterbom
'Dat komt goed uit', riep hij kordaat,
'Mijn metrum viel eerst om'

Hij dacht dat hij een topper zag
Die van de planken viel
Maar toen hij weer keek was het slechts
Een leeglopend ventiel
'Gelukkig is mijn hoofd', zei hij,
'Gevuld met vers acryl.'

Hij dacht dat hij een luchtbel zag
Die langs de sterren vloog
Maar toen hij weer keek was het slechts
Een zwarte regenboog
'Hoogst curieus', bedacht hij zich
'Mijn dak wil niet omhoog.'

Hij dacht dat hij een cirkel zag
Die vierkant wilde zijn
Maar toen hij weer keek was het slechts
Een ijzeren gordijn
'Het is te dol', verzuchtte hij
'Doe mij maar een glas wijn'

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

Waarschuwing

De grootste van mijn kleine ergernissen:
Dat schaamteloze bellen in de trein
En ongewild getuige moeten zijn
Van hoe men een verhaal zit op te dissen.

Op luide toon doet men bekentenissen
Of maakt mij deelgenoot van zielenpijn.
Men vraagt wat aan die ander aan de lijn
Maar wat die antwoordt daar moet ik naar gissen.

Ik laat mij in de trein door bellers kwellen
Maar op een dag verlies ik mijn verstand
En storm ik af op hem die zit te bellen.

Ik ruk dan zijn mobieltje uit zijn hand
En wat ik verder doe komt in de krant;
De beller kan het zelf niet navertellen.
 

 

Uit de nieuwe bundel Het leven gaat van A tot Z.