Het vrije vers

Voor en door plezierdichters

Met Forum, Vorm én Vent

Het zal toch niet, het zal toch niet gebeuren
Dat Robert ons alweer te vroeg verlaat
De Varssevelder toont zich wegpiraat
Na tweemaal in een vroege rit te pleuren

Een ellepijp die moet je ook niet scheuren
De eerste week dan hoor jij ongeschaad
Te wachten tot je in de bergen gáát
Doch heden zal de Tour slechts om jou treuren

Maar eens dan rijd je – wij staan dan te juichen –
De koninginnerit, minuten los
En alle concurrenten zullen buigen

Want eens dan word je berggeit, beer én vos
Voor ieder valt de gele droom in duigen
Maar niet voor jou, jij bent de nieuwe Boss!



* Buiten al onze uiterst strenge eigen regels om hebben we dit Tourgedicht al geplaatst voordat de gedichten van De loftrompet alle vier zijn gepubliceerd. Als nieuwkomer heb je nou eenmaal wat privileges! Heb je al iets ingestuurd, dan zullen we dat binnenkort plaatsen en heb je nog niets ingestuurd, mail ons dan op Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Forum (recent...)

Uit het archief

Nog eentje dan

Nog eentje dan en dan wordt het tijd dat die bundel eens verschijnt:



Levend Nederlands
 
Ik roep: 'Gemeen!' en: 'Werkelijk infaam!'
Très en colère hier aan myn table d'hote
Wat de couranten nu weer dorsten schryven!
 
Halfhartigheid! Van elk vaillance ontbloot!
't Zyn minne kerels, laffe lauwe wyven!
O, als ik maar niet zulke armoe leed!
 
Ik ben genoopt om wéér miskend te blyven
Terwyl ik altyd sans réserve streed
Nu, cas d'urgence, sluips onder valse naam
 
Incidemment neem ik au sérieux
De uitspraak: 'Le journal est un monsieur'

Eduard Douwes Dekker ('Ik leg mij toe op het schrijven van levend Nederlands' Multatuli)) nam in 1866, als altijd om geld verlegen, het baantje aan van Rijnlands correspondent van de Opregte Haarlemsche Courant.
Natuurlijk kon hij zijn mening niet voor zich houden en omdat dat niet mocht verzon hij een krant, de Mainzer Beobachter, waar hij tot 1869, toen zijn diensten niet meer verlangd werden, naar hartelust en breedvoerig uit citeerde en die het altijd totaal oneens was met alle kranten waar hij uit geacht werd te berichten:”(…) De Mainzer Beobachter behandelt dezen brief in eenige spottende regelen, waarin dat blad de Parijsche jongelieden berispt over hunne waanwijsheid, en besluit zijne opmerkingen met deze woorden: 'op uwe vraag, of het niet de pligt der studerende jeugd is, deze of andere waarheden te verkondigen, antwoorden wij eenvoudig: Neen, jongelieden, dat is uw pligt niet! Uw pligt is ijverig te studeren, opdat ge, na ernstige inspanning, en na in de maatschappij te hebben getoond, dat ge het regt veroverdet om als mannen medetespreken, in staat moogt zijn 'iets te verkondigen.' Voorlopig wijzen wij u terug naar uw collegiebanken…”
(Reactie op een vredesoproep van Franse studenten die in een open brief betoogden tegen een dreigende oorlog: 'De volken zijn groot, niet naar mate van de omvang hunner grenzen, maar door hun constitutiën. Frankrijk en Duitschland behooren aantedringen, niet op ruimere grenzen, maar op meer vrijheid.').

Koop koop koop