Het zal toch niet, het zal toch niet gebeuren
Dat Robert ons alweer te vroeg verlaat
De Varssevelder toont zich wegpiraat
Na tweemaal in een vroege rit te pleuren

Een ellepijp die moet je ook niet scheuren
De eerste week dan hoor jij ongeschaad
Te wachten tot je in de bergen gáát
Doch heden zal de Tour slechts om jou treuren

Maar eens dan rijd je – wij staan dan te juichen –
De koninginnerit, minuten los
En alle concurrenten zullen buigen

Want eens dan word je berggeit, beer én vos
Voor ieder valt de gele droom in duigen
Maar niet voor jou, jij bent de nieuwe Boss!



* Buiten al onze uiterst strenge eigen regels om hebben we dit Tourgedicht al geplaatst voordat de gedichten van De loftrompet alle vier zijn gepubliceerd. Als nieuwkomer heb je nou eenmaal wat privileges! Heb je al iets ingestuurd, dan zullen we dat binnenkort plaatsen en heb je nog niets ingestuurd, mail ons dan op Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

Stadsdichterswedstrijd

De negende editie van de Stadsdichterswedstrijd in Lelystad afgelopen zaterdag (hier een uitgebreid verslag) leverde een bekende tweedeprijswinnaar op: onze eigen vaste In-Memoriamdichter Hans Manders, met een ode aan Nijmegen. Van harte proficiat!




Ode aan mijn studentenstad
 
Nu alle drie mijn kinderen er wonen
Op kamers ginds in mijn studentenstad
Herleeft de mooie tijd die ik er had
En wil ik haar mijn liefde nogmaals tonen.
 
O Nijmegen, ik wil jou graag bekronen.
Al werd dan de relatie ook een LAT
Toch wil ik jou hier laten weten dat
Ik nooit een stad zag die jou kon onttronen.
 
Ik woonde vier jaar lang in Brakkestein
En daarna nog eens vier jaar op drie plekken
Maar zelfs in Dukenburg had ik het fijn.
 
Wat ik toen in die jaren mocht ontdekken
Bleek later steeds een rijke bron te zijn. 
Ik zal nooit echt uit Nijmegen vertrekken.