Het vrije vers

Bevrijd van vormloosheid

Omdat light verse lééft

De geest is niet gestaag actief,
o nee, ze is heel lui bij vlagen,
maar dan opeens wordt zij weer vief
en kent zij welbestede dagen
of nachten soms, die je nog steeds,
al wordt je oud karkas ook sleets,
probleemloos lijkt te kunnen skippen -
goed, rauwe keel en droge lippen,
maar dat komt van de sigaretten,
want roken doe je als een ketter.
Dan blaast een vlaag van inspiratie
je van creatie naar creatie,
al blijkt vrij vaak desanderendaags,
dat jou iets even moois als vaags
beroerd heeft dat de prullenbak
of, is die vol, een plastic zak,
in kan, rechtstreeks: papierverspilling;
je leest het met een lichte rilling
en slaat ontzet je lege handen
inéén en voor je mond vol tanden.

Maar ook gebeurt het, niet eens zelden,
dat je toch wèl iets had te melden.
Je leest het en glimlacht verzaligd,
zoekt of er nóg iets in je la ligt,
dat in de buurt komt van lyriek
en dus de toets van de kritiek
een dag nadien heelhuids doorstaan kan.
Maar nou en of! Je pinkt een traan van
geluk uit roodomrande ogen,
wat héét: je huilt nu, ongelogen,
en roept extatisch uit: "Wat ligt er
een toekomst vóór mij nog, als dichter!"

Dan is het oppassen geblazen
dat je niet straks, na tal van glazen
jenever in je stamcafé -
je vrienden drinken vrolijk mee,
géén vraagt er: wie zal dat betalen? -
haast de WC niet meer kunt halen
waar je zojuist verworven trots
met klodders slijm en gal en kots
afbrokkelt in de afvoerbuis -
en je weer dichter bent bij huis...

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Forum (recent...)

Uit het archief

De Murk



Ik ben maar een Murk, dus wat moet ik?
Ik ben in de wereld gepleurd.
Had iemand verstandig besloten,
dan was dat beslist niet gebeurd.

Een Murk van een onbekend merk,
mufneuzig en brunzig van poten,
zoiets had mijn ma niet besteld.

Laat staan mijn pa:
hij lag in een deuk, maar niet heus
en wou me het liefste verloten.

Maar dat vond mijn ma toch te erg.
Dus sloot ze me op in een koekblik
en fietste daarmee naar het park
en knoopte mijn staart aan een berk.

Oote oote oote boe,
waar moest het met mij naartoe?
Ik klampte me vast aan haar jurk –
een Murk is nou eenmaal geen held.

Maar ach, mijn ma!
Ze scheurde zich los met geweld
en ging toen gewoon naar haar werk.

Hier hurk ik nu, zwaar in de kroten.
Ik knaag wat op boomschors en noten
en wacht tot de Gurkbork me wurgt.

Net heb ik mijn neus weer gestoten
dus ja, ik besta nog, vermoed ik.
’s Nachts zeur ik heel zacht: Oote oote.
Wat wil je? Ik ben maar een Murk.
 

Koop koop koop