Nu zou hij haar bezoeken, bij de winde,
Al was hij daartoe jarenlang te laf.
Maar kom, het ging hier om een teerbeminde,
Die daar maar lag te rotten in een graf.

Hij stond er wat verloren. Sloeg linksaf
Een kavel in en liep gelijk een blinde.
Nadat hij uren zocht—het was zo maf!
Bleek naam noch steen noch bloedverwant te vinden.

Hij rende, koortsig spiedend, langs de heggen,
Het hoofd naar wanhoop hergemodelleerd;
Hij móest haar zien. Hij moest haar zoveel zeggen!

Uiteindelijk—zijn vader geprobeerd.
Die wist het telefonisch uit te leggen:
”Ja jongen, oma is ook gecremeerd.”

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

Prinsjesdag

voor hoeden ben ik altijd op mijn hoede
de hoed,  symbool van rijkdom en van macht
ontpopt zich vaak met  veel verbeeldingskracht
als een gezworen vijand van het goede

de  draagster is bij voorbaat al verdacht
ik hoor de woorden die ik reeds  bevroedde
orakeltaal van koninklijken bloede
het onheil dat een ander heeft bedacht

de klaagzang van het ganse kabinet
bezorgt mij  rimpels, hoofdpijn, grijze haren
er wachten ijzig koude tropen jaren
ik doe ontstemd een dronkenmansgebed

ik wil mijn lijfspreuk aan u openbaren:
de boodschap van een hoed is meestal pet