Het vrije vers

Bevrijd van vormloosheid

Omdat light verse lééft



Nu zou hij haar bezoeken, bij de winde,
Al was hij daartoe jarenlang te laf.
Maar kom, het ging hier om een teerbeminde,
Die daar maar lag te rotten in een graf.

Hij stond er wat verloren. Sloeg linksaf
Een kavel in en liep gelijk een blinde.
Nadat hij uren zocht—het was zo maf!
Bleek naam noch steen noch bloedverwant te vinden.

Hij rende, koortsig spiedend, langs de heggen,
Het hoofd naar wanhoop hergemodelleerd;
Hij móest haar zien. Hij moest haar zoveel zeggen!

Uiteindelijk—zijn vader geprobeerd.
Die wist het telefonisch uit te leggen:
”Ja jongen, oma is ook gecremeerd.”

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

Utrechts bis-sonnet



Denkend aan de dood kan ik niet slapen
En niet slapend denk ik aan de dood
Ik woel en draai en tel wel duizend schapen
En het leven vliedt gelijk het vlood

Straks wacht mij weer het droeve ochtendrood
Denkend aan de dood kan ik niet slapen
En niet slapend denk ik aan de dood
En het leven vliedt gelijk het vloot

Zo'n boerencamping geeft een hoop gedoe
De beesten houden me voortdurend wakker
Ik woel en draai en tel wel duizend schapen

Ik wil wel opstaan maar ik ben te moe
Het liefst wil ik een bloedbad op de akker
Denkend aan de dood kan ik niet slapen