Het vrije vers

Voor en door plezierdichters

Met Forum, Vorm én Vent



Nu zou hij haar bezoeken, bij de winde,
Al was hij daartoe jarenlang te laf.
Maar kom, het ging hier om een teerbeminde,
Die daar maar lag te rotten in een graf.

Hij stond er wat verloren. Sloeg linksaf
Een kavel in en liep gelijk een blinde.
Nadat hij uren zocht—het was zo maf!
Bleek naam noch steen noch bloedverwant te vinden.

Hij rende, koortsig spiedend, langs de heggen,
Het hoofd naar wanhoop hergemodelleerd;
Hij móest haar zien. Hij moest haar zoveel zeggen!

Uiteindelijk—zijn vader geprobeerd.
Die wist het telefonisch uit te leggen:
”Ja jongen, oma is ook gecremeerd.”

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Forum (recent...)

Uit het archief

De Sloddervis



‘Wat zou het’, zei de Sloddervis,
‘dat ik geen slimmerd ben?
Ik weet wat slijk, wat modder is
en verder niks. Nou en?

Die evolutie, leuk idee
maar waar moet het naartoe?
Nee dank je wel, ik doe niet mee,
voor mij niet dat gedoe.

Waar alles mee begonnen is:
een slijmig klontje beest –
veel slomer dan een Sloddervis
kan dat nooit zijn geweest.

Ik hoef geen vleugels, klauwen,
geen slurf, gewei of bult.
Ik voel niks voor miauwen
en ben geen tiep dat brult.

Ik denk dat ik mijn modder mis
als paard of papegaai.
Dus blijf ik lekker Sloddervis,
oersimpel en oersaai.

Sterf ik straks uit? Mij best, oké.
Dan word ik nooit reptiel
of eekhoorn, vos of chimpansee.
Dan word ik dus fossiel.

Zo’n wereld-na-de-Sloddervis
is eenmaal ook voorbij.
Gaat die naar de verdommenis,
dan mooi wel zonder mij.

De oerstaat is mijn element,
mijn lat ligt niet zo hoog.
Word jij maar stinkdier of serpent
of paleontoloog.’
 

Koop koop koop