Het vrije vers

Voor en door plezierdichters

Met Forum, Vorm én Vent



Hij merkt niet meer dat hij zich steeds vergist;
zijn zieke hersens zijn niet meer te spoelen.
Geen mens zal weten wat hij nog kan voelen,
hij huilt als hij weer in zijn luier pist.

Van binnen botst hij tegen vage mist,
van buiten tegen deuren, tafels, stoelen.
Hij snapt niet meer wat anderen bedoelen,
zit naast zijn levensweg als bermtoerist.

Twee jochies rennen dartel om hem heen,
behendig soepel, jong en snel ter been,
met stram en oud en dood nog onbekend.

‘Zeg jij mijn naam eens opa,’ zegt de een.
En als de oude stil blijft, klinkt meteen:
‘Wat ben jij dom! Ik weet wel wie jíj bent!’

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Forum (recent...)

Uit het archief

Verlangriemke





Sinterkloas ik möt bekenn,
mien geleuf in oe been’k kwiet.
Dat zeg ik nich um oe te ploagn,
‘k heb ok niks biej oewn zwartn knecht.

Wat wa besteet - en noe kö’j lachn,
man, brek miej de bek nich los,
’t steet op al dee rooie weempels -
dat is dat witte Tweantse peerd.

Nee, iej hooft miej niks te geavn,
‘k heb biej t hoes a pröttel zat
Doarbiej he’k in mien hille bestoan
van oe zölf nog nooit wat kreegn.

A’j dan toch as oaldn griezn
kadookes smiet in iedern hook,
aans nich as um oew echtheid te bejoan,
doot miej dan mer n riemweurdkeslexicon.

Koop koop koop