Het vrije vers

Voor en door plezierdichters

Omdat light verse lééft



Kom, reken eens mee als men vroeger ooit deed:
Twaalf buikrommelingen, zijn samen één scheet
Twaalf scheten niet laten daar zit men van vol
Die leveren later één keurige drol
Twaalf drollen is smerig, dus ruim ze snel op
Ze passen met twaalven precies op één schop
Het volgende zeg ik ook niet voor de lol
Twaalf schoppen is juist weer één strontemmer vol
Twaalf emmers met stront van een wijze of nar
De passen dan juist weer precies op één kar
En karren met stront, hetzij klein, hetzij groot
Daarvan gaan er twaalf ongeveer in een boot
Twaalf boten met stront zeg ik heel principieel
Daarmee vult men juist een gemiddeld karveel

Dus, hebt u goed opgelet, weet u voortaan
Hoe veel rommelingen aan boord zijn gegaan


Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Forum (recent...)

Uit het archief

Kwááák!



Piet Bakker ging op vrijdagavond vast
ter lessing naar ’t café van Opoe Bekker.
De jonge klare was er koel en lekker
en nooit stond er een glas leeg op de kast.

Zo rond de klok van elven, vaste prik
stond Piet vanwege wat hij had genoten
meestal een beetje wankel op de poten
en in zijn stem klonk nu en dan een hik;
dat was zijn tijd om op de fiets te stappen.

Maar op een keertje zat het hem niet mee
en reed hij in de sloot voor het café
in plaats van op het asfalt door te trappen.

Piet kwam vol kroos en prut het water uit
met op zijn kop een levensgrote puit.


Koop koop koop