Het vrije vers

Bevrijd van vormloosheid

Omdat light verse lééft



Kom, reken eens mee als men vroeger ooit deed:
Twaalf buikrommelingen, zijn samen één scheet
Twaalf scheten niet laten daar zit men van vol
Die leveren later één keurige drol
Twaalf drollen is smerig, dus ruim ze snel op
Ze passen met twaalven precies op één schop
Het volgende zeg ik ook niet voor de lol
Twaalf schoppen is juist weer één strontemmer vol
Twaalf emmers met stront van een wijze of nar
De passen dan juist weer precies op één kar
En karren met stront, hetzij klein, hetzij groot
Daarvan gaan er twaalf ongeveer in een boot
Twaalf boten met stront zeg ik heel principieel
Daarmee vult men juist een gemiddeld karveel

Dus, hebt u goed opgelet, weet u voortaan
Hoe veel rommelingen aan boord zijn gegaan


Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

Een soort van takhmis

Nicolaas Beets
Wanneer de Kindren Groot zijn (1858)

"Wanneer de kindren groot zijn, mijn lief, mijn levenslust!"
dan gaan ze op d’r eige en zijn we van ze af
dan zullen we verhuizen, een stulpje aan de kust
Maar lief, wat een gerochel, je hoest klink als geblaf
ik ga de dokter bellen, je maakt me ongerust....

"De kindren wórden grooter — maar op hun moeders graf."