Het vrije vers

Voor en door plezierdichters

Met Forum, Vorm én Vent



Je bent een werkbij, zoemen mijn gedachten.
Een poets- en wasvrouw, en een keukenmeid
die nooit eens opvalt door afwezigheid,
want ja, het vele werk dat kan niet wachten

Bij mij is altijd alles fris en schoon.
Manlief zal dat met blij gemoed beamen.
Mooi Truus, maar doe je morgen weer de ramen,
die regen he, zegt hij vanaf zijn troon.

In mijn gedachten spookt nu een godin.
Och dame, zegt ze, het is toch een schande,
kijk eens naar uw gekloofde ruwe handen.
Zeg géén oké, u bent toch geen slavin.

Want zij die met de speer vertrouwd was, Truus;
Zij droeg jouw naam en maakte nooit excuus.



Bout-Rimé op het Schoonmaaksonnet van Inge Boulonois

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Forum (recent...)

Uit het archief

Uit de nalatenschap van Herman J. Claeys: Huismensen

Een poes te Katwijk zei tevree:
ik word gediend door trouwe mensen,
ze zijn gehoorzaam en gedwee
en zij vervullen al mijn wensen.

Ze rieken wel een beetje raar
door al die rotzooi die ze bikken,
en hun gedrag is soms bizar,
vooral met vegers en met blikken.

Ze spelen ook teveel met water
en liggen heel de nacht in bed,
soms hindert mij hun dwaas gesnater,
en dat geboen op het parket.

van één ding word ik vreeslijk moe:
wat hébben zij toch met die deuren?
die doen ze bijna altijd toe!
daar wil ik wel eens over zeuren.

Soms lopen ze mijn drinkbak om
en moet ik hun muziek verdragen.
Afijn, ‘t zijn mensen, en dus dom.
Je moet er niet teveel aan vragen.

Koop koop koop