Het vrije vers

Bevrijd van vormloosheid

Omdat light verse lééft



de vader van mijn moeder was mijn liefdevolle held
zijn zelfgebouwde wandkast is mij altijd bijgebleven
zijn schamele bezit was in de schappen opgesteld

dat meubel was een toonbeeld van een ingetogen leven
een bloemenvaas, een wereldbol, een opgezette specht
een tekening die mama als cadeautje had gegeven

als kind was ik bijzonder aan het ladeblok gehecht
daar lagen alle spelletjes voor als ik kwam logeren
en ook het groene bridgekleed dat op tafel werd gelegd

we speelden vaak canasta dat ik vlotjes bleek te leren
mijn knuistje hield verkrampt de grote kaartenwaaier beet
en opa zat tevreden mijn plezier te observeren

wat typisch en charmant dat ik dat alles nu nog weet
met dank aan de passant zojuist, die rook zoals dat kleed


(Voor wie het mocht zijn ontgaan: Machiel Pomp is Nederlands kampioen lightversedichten en tevens Dichter des Vaderlands: zoals jullie weten verkrijgt iedereen die op Het vrije vers publiceert daarmee automatisch deze functie)

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

De Snotterwokkel


 
Wee de arme Snotterwokkel
die het niet gesnopen heeft.
(Hij kan het aan de Frokkel vragen
maar dat vindt hij onbeleefd.)
 
‘Waarom ben ik ooit geboren?
Wie verklutste toch mijn struif?
Waarom heb ik sprokkeloren
en een krakel in mijn kuif?
 
Waarom is er herfst, en haring?
Waarom lust ik geen hachee?
En waar vind ik een verklaring
voor het golven van de zee?
 
Waarom moet het altijd zachter,
waarom roept men dat ik stoor?
Waarom kom ik nergens achter?
Waarom kom ik nergens voor?
 
Waarom moet ik altijd huilen
als ik een komkommer zie?
Waarom kan ik nergens schuilen
voor het Grote Potverdrie?
 
Alles is zo ongewokkeld,
alles is zo ongewis
als je schoenen zijn versokkeld
en je vuist een vlakgom is.’
 
Ach, die arme Snotterwokkel.
Hij snuit zijn snufferd in zijn staart
en gumt zichzelf volledig van de kaart.
 
(Of dat nou echt nodig was?
Ik kan het aan de Frokkel vragen
maar dat lijkt me ongepast.)

(Uit Er zit een feest in mij, Querido’s Poëziespektakel 5, 2012 )