Het vrije vers

Voor en door plezierdichters

Met Forum, Vorm én Vent



Er school eerst geen gevaar in ons gesprek,
De taal bleef soepel heen en weer bewegen
Tot woorden die wat meer pretentie kregen
Elkaar gingen verdringen van hun plek

Waarna opeens door dreigend plaatsgebrek
Emoties rap tot grote hoogten stegen
En woede die tot dan toe had gezwegen
Tenslotte zorgde voor een flink echec

Het heeft geen zin bij onmin en bij schaken,
Die ik voor het gemak hier samen vat,
Elkaar tot inzet van de strijd te maken

Omdat het juist de charme is van mat
Dat je alleen de koning kwijt kunt raken
Maar niet degeen met wie je ruzie had

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Forum (recent...)

Uit het archief

Ballade van de dooi

De winterkoude is alweer voorbij;
we kunnen ons wat luchtiger gaan kleden.
De aarde wordt van witte smetten vrij
en ongeschikt voor schaatsen en voor sleden.
Wij zijn wat te veelvuldig uitgegleden,
minister, wijkagent en lichtekooi.
Maar dat behoort nu echt tot het verleden,
nu zijn we heel gelukkig met de dooi.

Aanvankelijk is iedereen nog blij:
zo’n witte kerst stemt heel het land tevreden.
De witte schapen in de dito wei
en met je slee de dijk af naar beneden.
Nee, voor gemopper is er echt geen reden;
het uitzicht is dan ook betoverend mooi.
Al werd dat winterwonderland aanbeden,
toch zijn we heel gelukkig met de dooi.

Ik zet voor u de feiten op een rij.
Een ieder praat van schaatsen langs elf steden.
Helaas is al het ijs bevroren brij
en dient het voor de veiligheid vermeden.
Ook moet het thema strooizout aangesneden:
het houdt de gladheid weg, maar geeft zo’n zooi.
Zo zijn er nog wat ongemakkelijkheden,
dus zijn we heel gelukkig met de dooi.

O Prins, die Koning Winter heeft bestreden,
gij overwinnaar van het ijstoernooi.
Wanneer we nog één sneeuwbal mogen kneden,
dan zijn we heel gelukkig met de dooi.

Koop koop koop