Het vrije vers

Voor en door plezierdichters

Met Forum, Vorm én Vent



Bedgenoot
Sinds ik op die steiger naar haar floot
Met mijn bronzen bovenlijf ontbloot
Werd zij al snel mijn bedgenoot

Nageslacht
Dat was waar zij enkel maar aan dacht
Daarvan heb ik nu een stuk of acht
Een bedgenoot en nageslacht

Maar ondanks dat grut is mijn Ruth nog steeds een stoot
En mijn jongeheer salueert, o bedgenoot

Bedgenoot
Vrijend tot het vroege morgenrood
Over negen maanden weer een loot
Verslingerd aan mijn bedgenoot
Mm mm mm mm mm mm mm

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Forum (recent...)

Uit het archief

Ode aan Dafne



Haar lenig lijf, haar lange sterke benen
Waarmee zij elke wedstrijd harder rent
Haar schijnbaar ongebreidelde talent
En drang om dag na dag weer hard te trainen

Als ik haar navel zie moet ik haast wenen
Omdat de aanblik daarvan nimmer went
En door de lach die Dafne naar mij zendt
Denk ik dat Venus in haar is verschenen

Ze is, dat moet wel, door een god gezonden
Want o, wat is haar lichaam fraai gebouwd
Alsof het voor de sprint is uitgevonden

Ze is slechts tweeëntwintig jaren oud
Maar rent reeds sneller dan in elf seconden
In Rio wint ze straks Olympisch goud

Koop koop koop