Het vrije vers

Voor en door plezierdichters

Omdat light verse lééft



Stad van kaas, van kunst, antiek
Bloemenschuit en vele grachten
Staat geprint in mijn gedachten
Als een prent van Anton Pieck

Zo ze was, zal ze verdwijnen
-drugs en huiselijk geweld
moord en witgewassen geld-
Als een parel voor de zwijnen

Doffers vieren nu nog feest
Tot de stad is uitgepeesd

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Forum (recent...)

Uit het archief

De Murk



Ik ben maar een Murk, dus wat moet ik?
Ik ben in de wereld gepleurd.
Had iemand verstandig besloten,
dan was dat beslist niet gebeurd.

Een Murk van een onbekend merk,
mufneuzig en brunzig van poten,
zoiets had mijn ma niet besteld.

Laat staan mijn pa:
hij lag in een deuk, maar niet heus
en wou me het liefste verloten.

Maar dat vond mijn ma toch te erg.
Dus sloot ze me op in een koekblik
en fietste daarmee naar het park
en knoopte mijn staart aan een berk.

Oote oote oote boe,
waar moest het met mij naartoe?
Ik klampte me vast aan haar jurk –
een Murk is nou eenmaal geen held.

Maar ach, mijn ma!
Ze scheurde zich los met geweld
en ging toen gewoon naar haar werk.

Hier hurk ik nu, zwaar in de kroten.
Ik knaag wat op boomschors en noten
en wacht tot de Gurkbork me wurgt.

Net heb ik mijn neus weer gestoten
dus ja, ik besta nog, vermoed ik.
’s Nachts zeur ik heel zacht: Oote oote.
Wat wil je? Ik ben maar een Murk.
 

Koop koop koop