bommel
FlickrCommons
 
Ik ging naar Bommel om de brug te tarten
daartoe spande ik mij over de rivier
mijn hoogtevrees speelde me daarbij parten
maar streng sprak ik mijzelf toe: je blijft hier!
 
Toen ik daar hing en onder mij de boten
verbaasd opstoomden naar hun brave doel
beving mij onverhoeds een dof gevoel
dat wat ik deed door anderen was besloten.
 
Ben ik niet origineel? vroeg ik mij af,
had ik niet die locatie moeten kiezen?
Wilde ik soms eigenlijk de historie pleasen?
Het antwoord klonk als uit het dichtersgraf:
‘Wat jij aan ‘t doen bent noem ik kringlooprommel
‘t had overal gekund, maar niet in Bommel.’
 

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

Voorlopige kennisgeving

Jolijn stond als een windhaan in het leven
Ze brak zich over elke scheet het hoofd,
Een zoekster die haar leven lang bleef zweven
En niemand haar vertrouwen dorst te geven

Hoe ik me ook voor haar heb uitgesloofd
Het jawoord heeft ze dertig jaar vermeden
Al waren wij een keer bijkans verloofd
Wat haar haast van haar zinnen heeft beroofd

Soms had zij liefst haar polsen doorgesneden
Ofschoon ze ook wel honderd jaar werd graag
Die kans hoort nu voorgoed tot het verleden
Want zij is domweg van de trap gegleden

Begraven of cremeren, is mijn vraag…
U hoort het morgen, of misschien vandaag



Frits Criens: 'Wat een toeval dat gedicht van Maarten Beemster. In mijn bundel die komend voorjaar bij de Contrabas verschijnt, staat een sonnet met nagenoeg dezelfde clou. De titel van de bundel wordt hoogstwaarschijnlijk: Zo’n plastuit lijkt mij ideaal. '