complex
Flickr.com
 
Er was een man met 17 complexen,
en elke avond telde hij ze na.
Want hij wou weten: hekseniet of hekse?
Als hij ze dan weer had dan zei hij: ja!
 
Maar oppunavund warentur maar zestien.
Zun vrouw zei ‘Kijkus in je andere broek’.
Maar hij sprak heel beslist ‘Nou geen gekles, Fiien,
ik benniegek, me zeventien is zoek!’
 
Hij dacht gekweld: waar kannut zijn gebleven,
het is de doodsteek voor mun kummensens,
zonder dat zeventiende kank niet leven,
ik bennikswaard, ik ben geen halluf mens.
 
Zij eega sprak al spoedig van zijn eksje,
maar hij zocht voort, in kolenkast en bad,
want ’t was maar niet zo’n doodgewoon complexje,
het was het allermooiste dattie had.
 
Ach, dacht de man, het is een penitentie.
Wat kannik doen? Ik voel me zo onthand.
Wel, dacht de man, ik plaats een advertentie,
ik plaats een advertentie in de krant.
 
Beloning
 
Verloren maand. Gaand van hier tot ginder,
om elluf uur, op voorb. lijn 4,
gebr. complex, slechts wein. waard voor vinder,
maar voor verl. veel, want souv.
 
Reeds daags daarna is het teruggekomen,
keurig gevouwen, onder envelop.
Kijk, schreef de dame die het had gevonden,
hier is het, hoor, knap nou maar gauw weer op.
 
U moest die man zien, niet weer wrang of nukkig,
maar fris en monter en van zessen klaar,
hoogst onbekommerd en volmaakt gelukkig.
Hij had ze alle 17 weer bijmekaar!
 
Wanneer dit lied u een moraal mag leren:
complexen zijn veel kostbaarder dan goud,
en lang niet altijd helpt u adverteren.
Als u ze hebt, zorg dan dat u ze houdt.
 
 
Vandaag, ter herinnnering, een gedicht  van:
Han G. Hoekstra 04-09-1906 - 15-04-1988
Uit: Verzamelde gedichten, Querido 1972
 

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

Business as zoosual

De uitslag van de Turing Nationale Gedichtenwedstrijd is bekend en het zal niet verbazen dat in de top100 bekende Vrijeversmedewerkers als Niels Blomberg, Inge Boulonois, Peter Knipmeijer en Arjan keene aangetroffen worden.
Hier de bijdrage van Arjan:
 
Business as zoosual
 
 
Ik hoef niet eens meer naar de dierentuin
om allerhande beesten te bezoeken.
Wanneer ik door de wandelgangen struin
verschijnen ze vanzelf uit alle hoeken.

De parelzwijnen, luiaards, trage slakken,
de struisvogels met koppen in het zand,
de haantjes die zich nimmer laten pakken.
Hyena's sluipen kwijlend door het pand.

En kijk, de zilverrug in het vizier!
Hij trommelt grijnzend voor de troepen uit
en roept de apen op voor groepsvertier,
vast iets met neuzen, richting, nieuw geluid.

Ach, was ik in die jungle ook een krijger,
en niet alleen maar een papieren tijger.