Het vrije vers

Bevrijd van vormloosheid

Omdat light verse lééft

   
Op de Dam van Amsterdam
Staat een poppenkast
Weten jullie, jongens, meisjes,
Hoeveel daar ligt opgetast?

Naast een enkel aandeel slechts een
Jaaruitkering, vijf miljoen
Klein miljardje als reserve
En daar moet ze ’t maar mee doen

Op de Dam van Amsterdam
Staat een poppenkast
Weten jullie, jongens, meisjes,
Hoeveel daar niet wordt belast?

Niet het rendementsvermogen
Niet de auto of het loon
Niet een schenking of successie
Rijksbelasting? Niet de kroon

Op de Dam van Amsterdam
Staat een poppenkast
Weten jullie, jongens, meisjes:
Hoe is daar de zondelast?

Om een vage vliegtuigorder?
Om een huis in Mozambique?
Om een brievenbus op Guernsey?
Is dit soms een republiek?

Op de Dam van Amsterdam
Staat een poppenkast
Weten jullie, jongens, meisjes,
Wie er op de poppen past?

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Forum (recent...)

Uit het archief

Utrechts sonnet 3



Het najaar valt en wolken drommen samen
De vogels trekken naar het zuiden toe
Ik weet nog dat ze in de lente kwamen
En hoe de tijd vervloog, het maakt me moe

Ik weet nog dat ze in de lente kwamen
Vanuit het niets, ineens, geen mens wist hoe
Ze floten en ze krasten onze namen
En riepen op tot moord en amour fou

Ze floten en ze krasten onze namen
Het werd een drama en een hoop gedoe
Ik weet nog dat ze in de lente kwamen
En hoe de tijd vervloog, het maakt me moe

Gelukkig is er kaas en rode port
Ik eet en drink en zie wel wat het wordt.

Koop koop koop