Ik heb hem nu al meer dan veertig jaar
Toen werd ik in een sekte ingewijd
En kreeg hem van een ex-vrijmetselaar

Die jaren deze sekte had geleid
Maar voelde dat zijn stervensuur nu kwam
Vlak voor hij stierf kon hij nog net dit kwijt:

‘De Graal, die ik de Opperraad ontnam
Was ooit door hen gestolen van een Ier
Gekleed in een habijt met monogram

Hij was, zo bleek hieruit, een Tempelier
Hij brulde na de diefstal nog: ‘Geef hier!’

 

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

Reactie uit het zuiden op de recensie van 'Eeuwig zingen de frieten'



Eindelijk heb ik een bewonderaarster!!!
Mien!
Is zij mooi? 
Niet te jeugdig nog? 
Dan wordt Mien de Mijne!
Want zo'n artikel doet plezier!
Temeer daar het een plezierdichter niet gauw te beurt valt. 
Bij ons, in de pretdichterijsector, vinden wij het al lang heel normaal dat er aan onze pennevruchten nul komma nul aandacht wordt besteed.
Hoewel Heinz Polzer ooit schreef, in zijn inleiding tot Letterkundig verskwartet: 'Het lijkt me ergerlijk om helemaal geen aandacht van de pers te krijgen'.
Maar dat is inmiddels dertig jaar geleden!
Sindsdien is het met de dichtkunst zeker niet bergop gegaan. Vroeger had De Standaard nog af en toe een bespreking van een dichtbundel, waarin dan altijd enkele verzen of versregels werden aangehaald waar ik geen bal van begreep. Maar dat is nu ook verleden tijd. Sinds onze grote parlandodichter Herman De Koninck de geest (groot woord) heeft gegeven is er in de media van dichtkunst geen sprake meer. Maar de poëzietijdschriften floreren nog, verpieterend, dat wel, maar er is toch nog altijd wat subsidie. 
Maar terzake.
Mien heeft het over asbest, ik over asbest. De eerste uitspraak is mij bekend, maar heb ik nog nooit gehoord. Lees meer...