Geschreven ter gelegenheid van de aanvaarding van de Theo Thijssen-prijs 2009.

Zeg, lieve schaap Veronica, ik wil u iets vertellen:
ik heb de Theo Thijssen-prijs gewonnen! Wist u dat?
Het stond met koeienletters in ’t Parool en de Libelle,
omdat uw moeder zaliger die prijs ook heeft gehad.

Toen heette die heel anders en ze kreeg ook minder centen,
maar ’t is nog steeds dezelfde, van de Stichting P. C. Hooft.
Ik krijg hem voor mijn tomeloze inzet en talenten.
U kunt het ze gaan vragen, hoor, als u mij niet gelooft.

O nee, ’t is niet de hoofdprijs, nee, dat heeft u fout gelezen.
Ik schreef de stichting Hooft, dat is iets deftigs in Den Haag.
Ze hebben mij een oeuvreprijs voor boeken toegewezen
en of ik wou aanvaarden. Nou, natuurlijk, zei ik, graag!

Nu moet ik in september in een nette broek verschijnen.
Dan zit ik met een strik om op een feeststoel in de zaal.
Wat ik nou graag zou willen is dat u erbij kunt zijn en
dat wij een glaasje drinken op uw moeder, allemaal!

Ach, kunt u niet? De dames Groen zijn beide zwaar verkouden?
De dominee is misselijk en u heeft allergie?  
Natuurlijk snap ik dat u dan het bed zult moet houden.
Ik wens u heel veel beterschap en ook de andere drie.

Ik stuur u wijn en whisky en een flesje aquavit,
dan drinkt u toch gezellig thúís op Annie M. G. Schmidt?

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

Het schaap Veronica gaat door

KIJK, zei het schaap Veronica. Die wijzer gaat bewegen…
Nou komt het vuurwerk, want nou staan de wijzers op elkaar!
Welnee, zeiden de dames Groen. Het is pas kwart voor negen.
Om twalef uur vanavond pas begint het nieuwe jaar.

De dominee sprak: Juist! Dan gaan we vuurpijlen afsteken.
Het is een prachtig jaar geweest, maar straks is het voorbij.
Laat ons dus heden onze goede voornemens bespreken,
opdat we januari in gaan met een Schone Lei.

Hè ja, zeiden de dames Groen. Men wil zich soms bezinnen,
met weemoed en een glaasje uit de zondagse karaf.
Wij namen ons net voor aan deze puzzel te beginnen.
Hij heeft tienduizend stukjes en hij moet van ’t jaar nog af.

Het schaap beloofde: Ik zal nooit meer van de kerstboom eten
en niesen doe ik voortaan altijd keurig in mijn staart.
De dominee die raadpleegde langdurig zijn geweten;
hij maakte een Geheime Lijst en wierp die in de haard.

Elf oliebollen later wees het schaap naar de pendule:
Maar nou is het toch echt zover, nou heb ik ’t goed gezien!
Kom dominee, de lucifers. Óp naar de vestibule!
Welnee, zeiden de dames Groen. Het is pas tien voor tien.

Opeens begon het buiten hard te ploffen en te knallen,
met overal gezoef, geflits, gedaver en gegil.
Ze stonden elkaar even aan te kijken met z’n allen.
Toen gniffelden de dames Groen: Ach gut, de klok staat stil.

Sjampanje! riep de dominee, bekomen van de schok.
Veel heil en zegen! En ik repareer dit jaar de klok.