Het vrije vers

Bevrijd van vormloosheid

Omdat light verse lééft

Meneer, weet u misschien de Puntjeskade? 
“Jazeker”, zei de man, ” kijk eens, u gaat 
Rechtuit tot aan café ‘De Retirade’ 

U ziet dan links de kroeg ‘Onder de maat’ 
U slaat daar af en ziet dan bij het pleintje
Weer een café, die zaak heet ’t Kan geen kwaad’ 

De tweede links, de kroeg van magere Heintje
En daar steekt u de straat dan over, want 
Dan komt u langs café ‘Het losse eindje’

Twee straten na café ’De Overkant’ 
Voorbij het koffiehuis ‘Een kleintje bier’
Ziet u de Puntjeskade aan uw rechterhand 

Ik ‘doe’ die route in een uur of vier.
Voor ú een wandeling van een kwartier”

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

Op de wijs van: Zachtjes gaan de paardenvoetjes



Hoe vertel ik het mijn zoontje

‘k Weet niet hoe ‘k het uit moet leggen
aan mijn zoontje Hendrik Jan.
Hoe zal ik dat jochie zeggen
dat hij naar Piet fluiten kan.

‘k Voel me niets op mijn gemak
als ik straks mijn zoon verlak.
‘k Voel me niets op mijn gemak
als ik straks mijn zoon verlak.

‘k Zal toch iets moeten bedenken
wat ik straks zeg tot mijn zoon,
zonder hem het hart te krenken
op een milde warme toon.

Ja dat wordt een heel gedoe
wat ik zeggen moet en hoe.
Nou dat wordt een heel gedoe
wat ik zeggen moet en hoe

‘k Denk dat ik hem ga vertellen
~Zwarte Piet die stak de moord.~
Maar ik kan welhaast voorspellen
hij gelooft daarvan geen woord.

Ik voorvoel reeds zijn verdriet
als hij blanke Knechten ziet
Want begrijpen zal hij ’t niet;
hij hoort zwart te zijn, die Piet!