Het vrije vers

Bevrijd van vormloosheid

Omdat light verse lééft


Truus, een bijdehante meid
Ging gewillig uit de kleren
Waar haar bedje was gespreid
In een club voor rijke heren

Toen een rijke lesbiënne
Haar eens zei waar ze aan dacht
Moest ze toch wel even wennen
Maar ze heeft haar taak volbracht

“Ik ga voor mezelf beginnen, “
Dacht ze op en goede dag
“In een wip ben ik dan binnen
Als ik het zo zeggen mag”

Zij vond gauw een onderkomen
In een onderhouden pand
‘t Was een zaak om van te dromen
Ze betaalde het contant

Truus heet voortaan ‘ Ellen-Joyce’
En bericht: ‘For girls and boys’







Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Forum (recent...)

Uit het archief

De Pruimenboom (Utrechts sonnet 14)


Jantje zag eens pruimen hangen,
o! als eieren zo groot.
Hevig was zijn pruimverlangen,
schoon zijn vader 't hem verbood.

Hevig was zijn pruimverlangen.
Diepe somberheid ontsproot.
Aaltje met de rode wangen
zag hem zitten in de goot.

Aaltje met de rode wangen
werd zijn redder in de nood.
Hevig was zijn pruimverlangen,
schoon zijn vader 't hem verbood.

Midden in de pruimentijd
raakte Jan zijn onschuld kwijt.


De titel en de regels 1,2 en 4 zijn van Hiëronymus van Alphen. De titel is voorzien van een tussen-n, die sinds 1995 in zwang is.

 

Koop koop koop