Het vrije vers

Voor en door plezierdichters

Omdat light verse lééft

Nicolaas Beets
Wanneer de Kindren Groot zijn (1858)

"Wanneer de kindren groot zijn, mijn lief, mijn levenslust!"
dan gaan ze op d’r eige en zijn we van ze af
dan zullen we verhuizen, een stulpje aan de kust
Maar lief, wat een gerochel, je hoest klink als geblaf
ik ga de dokter bellen, je maakt me ongerust....

"De kindren wórden grooter — maar op hun moeders graf."

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Forum (recent...)

Uit het archief

Held door het prikkeldraad 2


Al zaten been en bil ook vol met wonden
En had de aanblik daarvan iets morbieds
De Zeeuw klom na zijn val weer op de fiets
Met nieuwe broek maar overal geschonden.

En na de rustdag, helemaal verbonden,
Vervolgde hij de koers als had hij niets.
Dus op tv, in kranten en in tweets
Werd hij geroemd als held van deze ronde.

Omdat hij zich als renner zo laat gelden
Krijgt hij de meeste steun van het publiek
Want zulke stoere kerels zie je zelden

Wij mensen zijn verzot op dramatiek
En snakken naar de heroïek van helden
Van hen die zich verheffen na tragiek.

Koop koop koop