Het vrije vers

Voor en door plezierdichters

Met Forum, Vorm én Vent

Nicolaas Beets
Wanneer de Kindren Groot zijn (1858)

"Wanneer de kindren groot zijn, mijn lief, mijn levenslust!"
dan gaan ze op d’r eige en zijn we van ze af
dan zullen we verhuizen, een stulpje aan de kust
Maar lief, wat een gerochel, je hoest klink als geblaf
ik ga de dokter bellen, je maakt me ongerust....

"De kindren wórden grooter — maar op hun moeders graf."

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Forum (recent...)

Uit het archief

Komt vrienden in het ronde (nieuwe berijming)



Ik meld me aan uw deur en heb mijn slijpsteen dan paraat
Zo onderhoud ik mijn gezin en werk gewoon op straat

De smid die moet hard werken voor het altijd hete vuur
Maar ondanks dat is een glas bier voor hem nog veel te duur

De schoenhersteller, dagelijks gebonden aan zijn plek
Hij werkt zich uit de naad maar heeft aan eten groot gebrek

En de coupeur die naait wat af voor slechts een schamel loon
Dat ik als slijper meer verdien dat is voor mij gewoon

De molenaar maalt heel de dag, het meel verstopt zijn keel
Maar drinken is er amper bij, de man verdient niet veel

Mijn vrouw draait aan het slijperswiel tot in de avonstond
Mijn kinderen gaan her en der en bedelend in’t rond

Welk ambacht men ook praktiseert, mijn stiel is ‘t best van al
Soms slaap ik in een hooiberg maar het kost me niemendal


Lees meer...

Koop koop koop