Het vrije vers

Voor en door plezierdichters

Met Forum, Vorm én Vent

 

 
Daar was e wuf die spon,
Daar was e wuf die spon,
Al op een houten spinnewiel,
Daar zat geen torteltje aan
Vive la peperbusse, vive la spa,
Tra – la – la – la,
Gize – gaze – goeze
Ron – flon – floe – ze,
Tra – de – ra – de – ra

Haar mutse stoeg verdraaid,

Haar mutse stoeg verdraaid
Gelijk een Hollands molentje
Die met al windeke draait
Vive la peperbusse …

Dat wuf had e – nen zin

Dat wuf had e – nen zin
Als zij ’s morgens buiten kroop
’s Avonds kroop zij in
Vive la peperbusse …

Dat wuf had e – nen man

Dat wuf had e – nen man
Des zondags heet hij Pieter
Des maandags heet hij Jan
Vive la peperbusse …

Daar was e wuf die spon. Kinderliedje opnieuw berijmd

Er was er eens een dame die een spinnenwiel bezat
Ze vond het heel niet erg dat het geen torteltje meer had
Ze droeg altijd een hoedje en dat draaide op de wind
Het leek haast wel zo’n molentje dat je in Holland vindt

Ze was een vrolijk typetje en altijd blij van zin
En stapte opgewekt uit bed en ging er zo weer in
Ze had een bijdehante man die kwam haar goed van pas
Des zondags heet hij Arie en op maandag heet hij Bas
 
 

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Forum (recent...)

Uit het archief

Utrechts sonnet 4



Rondom mij hangt de geur van vreemde kruiden
Vol weemoed denk ik weer aan hoe het was: 
De wereld scheen vol lichtere geluiden
En een soldaat sliep op zijn overjas

De wereld scheen vol lichtere geluiden
De zon glom op mijn helm en mijn kuras
We trokken zingend naar het verre zuiden
Met dreunende en eensgezinde pas

We trokken zingend naar het verre zuiden
Ik peins nu, rillend in het natte gras:
‘De wereld scheen vol lichtere geluiden
En een soldaat sliep op zijn overjas’

Een kogel fluit, ik druk mij in de grond
Wie reist ziet veel, maar het is niet gezond



(‘De wereld scheen vol lichtere geluiden

En een soldaat sliep op zijn overjas’ uit:
De laatste brief, Bertus Aafjes)

Koop koop koop