Het vrije vers

Voor en door plezierdichters

Met Forum, Vorm én Vent



Ik meld me aan uw deur en heb mijn slijpsteen dan paraat
Zo onderhoud ik mijn gezin en werk gewoon op straat

De smid die moet hard werken voor het altijd hete vuur
Maar ondanks dat is een glas bier voor hem nog veel te duur

De schoenhersteller, dagelijks gebonden aan zijn plek
Hij werkt zich uit de naad maar heeft aan eten groot gebrek

En de coupeur die naait wat af voor slechts een schamel loon
Dat ik als slijper meer verdien dat is voor mij gewoon

De molenaar maalt heel de dag, het meel verstopt zijn keel
Maar drinken is er amper bij, de man verdient niet veel

Mijn vrouw draait aan het slijperswiel tot in de avonstond
Mijn kinderen gaan her en der en bedelend in’t rond

Welk ambacht men ook praktiseert, mijn stiel is ‘t best van al
Soms slaap ik in een hooiberg maar het kost me niemendal


Komt vrienden in het ronde
Minnaars van enen stiel!
Ik zal u gaan verkonden
Hoe ik door 't slijperswiel
De kost verdien voor vrouw en kind
Schoon blootgesteld aan weer en wind
Terlierelom terla!
Van linksom rechtsom draait mijne steen
Door het roeren van mijn been
Ju ju ju ju ju ju ju ju!

De smid die moet hard werken
Gestadig voor het vier
Hij durft hem niet versterken
Met ene kan goed bier
Terwijl ik ga op mijn gemak
Soms ook wel met een lege zak
Refrein
De schoenpik stijf gezeten
Op enen pikkelstoel
Moet kaas en droog brood eten
Maar als ik nood gevoel
Dan slijp ik tot den avond toe
En zo heb ik nooit arremoe
Refrein
De kleerfrik maakt ons kleren
Voor acht stuivers per dag
Wil hij zijn loon vermeren
Hij snijdt meer dan hij mag
Maar ik met mijne slijpersteen
Ik win meer in een uur alleen
Refrein
De maalder moet graan malen
Tot in het fijnste meel
Hij doet dubbel betalen
Voor zijne droge keel
Maar ik door ijver en door vlijt
Ik win mijn brood in eerlijkheid
Refrein
Mijn vrouw die roept victoria
Over den slijpersstiel
Zij vindt de grootste gloria
In't draaien van mijn wiel
Mijn kinders hebben geen ongemak
Zij lopen met de bedelzak
Refrein
Sa vrienden voor het leste
All' ambachten zijn goed
Maar 't mijn is toch het beste
Schoon ik soms slapen moet
Op hooi en strooi in ene stal
Ik heb de kost voor niemendal!
Refrein

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Forum (recent...)

Uit het archief

Job (vervolg)

 Zijn baas denkt eerst dat Job wat fantaseert
uit angst voor boze blikken en verwijten
maar Jobs gehavend goed
en beurse lijf zijn onmiskenbaar feiten
zodat de man een burgerwacht formeert.
 
Het Haelens volk, belust op wraak, ruikt bloed
en loopt te hoop, de opgewonden bende
trekt op door veld en bos;
nu Job de zwarte moordenaar herkende
put zelfs de bangste wezel dapper moed.
 
De slager gaat voorop, een vleeskolos,
met bijl en hakmes oogt hij heel vervaarlijk.
Pal aan zijn linkerzij,
met tang en hamer, loopt de smid, een baarlijk
gedrocht uit Dantes hel, een sluwe vos.
 
De brandweer volgt hen op de tweede rij
de vroedvrouw, fietsenmakersknecht en snijder.
Een voerman op de bok
maakt plaats voor een verlamde astmalijder.
Er loopt zelfs een voormalig KNIL’er bij.
 
Een naaister met haar klant in onderrok
gaat mee, biljarters met hun keu, de bakker
dreigt met zijn ovenpaal
de dorpsgek belt het slapend mijnvolk wakker
dat na de nachtschicht net naar bed vertrok.
 
Twee klerken zwaaien met een staaf van staal
en dertien vrouwen met hun mattenklopper
de kapper gaat hen voor
de zwoele dichter, een lokale topper,
maakt met zijn fluistervriend een hoop kabaal.
 
Als laatste volgt een dronken stukadoor
voorafgegaan door boeren en boerinnen.
De opper mijdt de troep:
hij heeft geen dienst en blijft dus veilig binnen
net als de burgemeester en pastoor.
 
Fragment uit Zwarte Pier.  Zware Pier is een poëtisch geschilderd verhaalgedicht van 1000 verzen, verdeeld over 200 strofen van gebroken quintainen met schakelrijm: abcba, cdedc etc.
 
Frits Criens, stadsdichter van de gemeente Leudal, kreeg als kind de volksvertellingen en anekdotes over het gelijknamige, schilderachtige natuurgebied met de paplepel ingegoten. Het natuurgebied Leudal vormt de achtergrond voor het dramatische levensverhaal van Zwarte Pier die er een korte tijd dood en verderf zaait. Waarheid en verdichtsel zijn in deze duistere figuur verweven tot een ontroerend én huiveringwekkend epos van haast mythische allure. Het gedicht verhaalt over de eeuwige strijd tussen goed en kwaad.
 
Toneelgroep Spot-Licht uit Haelen, gemeente Leudal, heeft Frits Criens gevraagd zijn epos te verwerken in een spektakelstuk dat in 2012 op locatie in het Leudal wordt opgevoerd.

Koop koop koop