Het vrije vers

Bevrijd van vormloosheid

Omdat light verse lééft



Wat heet een natte dag het regent pijpenstelen
Zo erg was ’t eerder nooit het regent al een week
Al dagen nattigheid het gaat me knap vervelen
De waterspiegel stijgt door ’t huis klatert een beek

Daar drijft mijn driedeurskast en de gordijnen druipen
Behang valt van de muur ik vrees voor het plafond
De emmers zijn te klein wat ik ontbeer zijn kuipen
De goudvis in zijn kom zwemt overstuur in ‘t rond

Maar ééns schijnt weer de zon verdrijft dan al dat water
Dan ga ik aan het werk en maak mijn huis weer droog
Ik boen de muren schoon de meubels doe ik later
Die zet ik in de zon op mijn balkon vierhoog

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Forum (recent...)

Uit het archief

God

Mijn jeugd stond in het teken van geloven:
Het draaide altijd om de Heere God,
rechtvaardig heerser over ’t menslijk lot.
Ja, elke voetstap werd bestierd van boven.

Gods Zoon kwam terug vanuit de dodengrot,
nu hoeven wij niet naar de helle-oven.
Niets kon mij van die zekerheid beroven;
onwankelbaar was mijn geloven tot

een vreselijke ruzie ertoe leidde
dat ik besloot om Godloos door te gaan.

Al zat er eerst nog wel wat twijfel bij, de
beslissing heeft mij altijd goed gedaan.

Maar steeds verwacht ik nog te allen tijde
de deurbel en dat God er dan zal staan.




Dit gedicht was bij de beste 8 van de autobiografische sonnettenwedstrijd. 

Koop koop koop