Het vrije vers

Bevrijd van vormloosheid

Omdat light verse lééft



Wat heet een natte dag het regent pijpenstelen
Zo erg was ’t eerder nooit het regent al een week
Al dagen nattigheid het gaat me knap vervelen
De waterspiegel stijgt door ’t huis klatert een beek

Daar drijft mijn driedeurskast en de gordijnen druipen
Behang valt van de muur ik vrees voor het plafond
De emmers zijn te klein wat ik ontbeer zijn kuipen
De goudvis in zijn kom zwemt overstuur in ‘t rond

Maar ééns schijnt weer de zon verdrijft dan al dat water
Dan ga ik aan het werk en maak mijn huis weer droog
Ik boen de muren schoon de meubels doe ik later
Die zet ik in de zon op mijn balkon vierhoog

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

Wallen





Wanneer ik ’s avonds met mijn jongeheer
de Oude Zijde van de stad bewandel,
dan zie ik ogen groot als een amandel.
Mijn hart gaat als een mitrailleur tekeer.

Ze komt niet uit Den Helder of Den Andel.
Ze is geboren bij het Baikalmeer,
waaruit ik aangeslagen concludeer,
dat ik getuige ben van vrouwenhandel.

Ik sta versteend. Wat kan ik hieraan doen?
Hoe krijg ik haar weer thuis, terug naar het oosten?
Moet ik naar burgemeester Van der Laan?

Eén actie slechts getuigt van goed fatsoen:
haar voor een klein bedrag een beetje troosten,
dan hebben wij er allebei wat aan.

Bundels