Het vrije vers

Voor en door plezierdichters

Met Forum, Vorm én Vent




Ik heb mij laatst bij Hang Kok Nin bevonden
Het eten was een soort van allerlei
Met smaken die ik nimmer zou doorgronden
En gure geuren kwamen naderbij

Het eten zag eruit als was’t eencellig
En wat het verder was bevreemdde mij
Het leek me zeer, maar dat niet al te stellig,
Op afval uit de meubeldraaierij

Men zei me dat ik mijn kritiek herhaalde
“ Ik hield niet van zijn soep, ook niet gebonden,”
Iets waar Hang Nin natuurlijk niet om maalde
Maar van die soep werd ik niet opgewonden

Men roemt het eten in de zaak van Hang Kok Nin
Mij viel ‘t niet mee, zei ik al in ‘t begin


Dit is een bout-rimé (gedicht met dezelfde rijmwoorden) op dit gedicht van Ditmar Bakker:



NOOIT ZAL ZIJN NOG NIEUW BEGIN

'k Heb mij kortdurend in het NIN bevonden,
na nuttiging van drogen allerlei
waarmee ik jeugd & mensdom zou doorgronden
daar God komt dichters zo meest naderbij.

Er was geen god. Wel was ik plots ééncellig,
mijn zicht geen zicht gaf. Er bestond geen mij.
Waarneembaar enkel kolken, waarin stellig
zin school, die continue draaierijvoor ogen,

deze film die zich herhaalde...
Herhaalde? Ja—allengs wist je: gebonden
in looping zo oneindig lang al maalde.
Weten. Orgasme. Dood. Zó opgewonden,

want plotseling bewust:dit is het NIN!
Een oerschreeuw. Nooit zal zijn nog nieuw begin:

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Forum (recent...)

Uit het archief

MIRAKELS! riep de dominee



MIRAKELS! riep de dominee. Zojuist keek ik naar boven:
de perenboom hangt vol met fruit, dat wordt een rijke oogst!
Aha, zeiden de dames Groen, die peren gaan wij stoven.
Wat zijn ze dik! En kijk, de allerdikste hangt het hoogst.
 
Kom op, we gaan ze plukken voor ze op de grond belanden.
Zeg juffrouw schaap Veronica, loopt u es naar de schuur...
Daar moet een grote trapleer staan, en ook een stapel manden.
De dominee klom in de boom en keek over de muur.
 
Verroest! sprak hij. Het allersappigst ooft is reeds gevallen:
dat ligt aan gene zijde, op ’t gazon van buurman Jan.
Komt, laat ons onverwijld dat valfruit rapen met z’n allen,
die peren kunnen dadelijk als eersten in de pan.
 
Hij liet zich langs de takken zachtjes in de buurtuin zakken –
Toen hoorden ze: Wat moet dat daar? Hup, wegwezen, en gauw!
Ik laat Diablo los, die komt je bij je lurven pakken!
Ocharm, zeiden de dames Groen, Diablo lust hem rauw.
 
Die vloer ik! riep Veronica. Ze ging verwoed aan ’t plukken,
de bloedhond kreeg een perenspervuur naar z’n valse kop.
Het monster plofte om en buurman Jan vergat te bukken...
De dominee ontsnapte en sprak dankbaar: Dat lucht op.
 
Weg oogst, zeiden de dames Groen. De stoofpan blijft dus leeg.
Maar kijk, er zijn nog vruchtenkoekjes, van ons eigen deeg.
 

Koop koop koop