Het vrije vers

Voor en door plezierdichters

Met Forum, Vorm én Vent




Ik heb mij laatst bij Hang Kok Nin bevonden
Het eten was een soort van allerlei
Met smaken die ik nimmer zou doorgronden
En gure geuren kwamen naderbij

Het eten zag eruit als was’t eencellig
En wat het verder was bevreemdde mij
Het leek me zeer, maar dat niet al te stellig,
Op afval uit de meubeldraaierij

Men zei me dat ik mijn kritiek herhaalde
“ Ik hield niet van zijn soep, ook niet gebonden,”
Iets waar Hang Nin natuurlijk niet om maalde
Maar van die soep werd ik niet opgewonden

Men roemt het eten in de zaak van Hang Kok Nin
Mij viel ‘t niet mee, zei ik al in ‘t begin


Dit is een bout-rimé (gedicht met dezelfde rijmwoorden) op dit gedicht van Ditmar Bakker:



NOOIT ZAL ZIJN NOG NIEUW BEGIN

'k Heb mij kortdurend in het NIN bevonden,
na nuttiging van drogen allerlei
waarmee ik jeugd & mensdom zou doorgronden
daar God komt dichters zo meest naderbij.

Er was geen god. Wel was ik plots ééncellig,
mijn zicht geen zicht gaf. Er bestond geen mij.
Waarneembaar enkel kolken, waarin stellig
zin school, die continue draaierijvoor ogen,

deze film die zich herhaalde...
Herhaalde? Ja—allengs wist je: gebonden
in looping zo oneindig lang al maalde.
Weten. Orgasme. Dood. Zó opgewonden,

want plotseling bewust:dit is het NIN!
Een oerschreeuw. Nooit zal zijn nog nieuw begin:

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Forum (recent...)

Uit het archief

Een kalme dag (Alexandrijn)



De voordeur gaat van ‘t slot ik stap over de dorpel
Er schijnt een vale zon, de blauwe lucht toont leegte
De koeien in de wei het zijn er haast wel dertig
Het is een kalme dag zo rond een uur of twaalf

Een buurman net uit bed hoewel de ochtend vordert
Wat heeft hij als ontbijt het is een bordje yoghurt
De vogel in de lucht die schat ik op een buizerd
Het is een kalme dag zo rond een uur of twaalf

Een hengelaar die vecht een ronde met een karper
Zijn snoer raakt in de war het wordt een hele puzzel
De buurvrouw met haar hond doet lievig met het mormel
Het is een kalme dag zo rond een uur of twaalf

Een wandelaar die groet hij is een mededorper
Zijn broekspijpen te kort hij kijkt op zijn horloge
Van verre klinkt geluid als van een schorre bugel
Het is een kalme dag zo rond een uur of twaalf

Een jongen in een boot verliest zowaar zijn peddel
Hij vist het ding weer op, hoewel niet zonder moeite
Ik ga maar eens naar huis mij wacht een bord andijvie
Het is een kalme dag zo rond een uur of twaalf


(De oplettende lezer zal opmerken dat dit gedicht onberijmbare woorden bevat (hoewel de zwaalf een bestaande vogel lijkt te zijn) Redactie HVV)

Koop koop koop