Het vrije vers

Bevrijd van vormloosheid

Omdat light verse lééft

carlspitzweg
Carl Spitzweg: The poor poet (1839) 
 
Het is het seizoen van de pijnlijke kelen
Aan hoest en aan hoofdpijn heb ik geen gebrek!
Mijn kop staat op barsten dat kan ik niet velen
Mijn neus is gezwollen en doorlopend lek
 
De kans op een spoedig herstel lijkt maar klein.
Wat ik dus mijn baas node mee heb te delen
Is dat ik vandaag niet aanwezig zal zijn.
het is een vacant tussen alle burelen
 
Ik blijf in m’n bed dat bevalt me zeer goed,
Al lig ik dan wel naar een borrel te snakken
Maar wat ik nog liever heb is een glas wijn.
 
Men schenkt mij een glas maar daarin zit azijn
Ik word hier verzorgd door een groep maniakken.
Wat lijdt een ziek mens door dat addergebroed.
 
 
Thee ( het origineel )
 
O, drabbig plantensap in zwakke kelen,
hoe smerig is uw dampende gebrek!
Gij zijt het ranzig lijkvocht dat bij velen
het lijf verzwakt eer 't weer naar buiten lekt
 
als lauwe pis. 't Verschil is meestal klein.
En ik drink liever 't sap uit mijne delen
dan dat ik u mijn lavende laat zijn.
Gij heksendrank! Verderver van burelen!
 
Alleen voor dorre zieken zijt gij goed,
die hijgend naar hun koude doodskleed snakken
en u drinken als ooit Socrates zijn wijn.
 
Voor mij blijft gij de duivelse azijn
die ge altijd was. Het bocht van maniakken.
De moedermelk voor veil addergebroed.
 
© Balthasar van Stavelnaere
 
 
 

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

Aan Piet


>

  Ik zag u ook aan 't raam in die coupe,
  Die rare blik waarmee u naar me keek.
  Ik dacht meteen: wat moet hij?en o jee!
  En raakte er behoorlijk van van streek.
 
  Gelukkig, dacht ik, zit hij in een trein
  Die met een vaart de and're kant uit gaat.
  Stel voor dat ik een wandelaar zou zijn
  En hem hier ergens tegenkwam op straat.
 
  U noemt mijn ogen wonderdiep en klaar
  En zegt dat ik zoals een engel ben,
  Maar raakt daarmee bij mij bepaald geen snaar
  Omdat ik mannen als u heus wel ken.
 
  De vragen die u stelt vertrouw ik niet
  Want had ik wel het rijtuig opgerukt
  Dan was geen spoorwegramp gebeurd, hè Piet,
  Maar had u wel zich op mij vastgedrukt.
 
  Vervolg uw pad gerust met fletse lach
  Maar zeur daarover niet in zo'n gedicht!
  Een somberman als u die praat van 'Ach'
  Daar zou ik, Rika, nooit voor zijn gezwicht.