Het vrije vers

Voor en door plezierdichters

Met Forum, Vorm én Vent

Naar J. A. Dèr Mouw, zelfde titel

Wie ziet niet soms zich liggen in de kist
verlicht door eng’lenschijnsel van omhoog
een gouden poort leidt naar de hemelboog
de ijle lucht wijkt onder ‘t alziend oog
zacht klinkt het snarenspel van een harpist.

Wie ziet niet soms zich liggen in de kist
voorop gaat reeds, gekleed in bef en toog
de dominee, zijn preekje kort en droog
bekenden staan daarrond als bermtoerist.

Wie ziet niet soms zich liggen in de kist
juist vrijgegeven door een patholoog
in handen van een erfrecht-fiscalist.

Ik zucht eens diep, het angstzweet wordt gewist.
Wie ziet niet soms zich liggen in de kist.

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Forum (recent...)

Uit het archief

Schilderwerk

 


Het is iets uit mijn armelijk verleden
Mijn woning moest een verfje tot mijn spijt
Maar ‘t was nu eenmaal nodig in die tijd
Dat ik mijn eigen tijd daaraan besteedde

Ik moest een steiger voor mijn bezigheden
Een neef verklaarde zich tot hulp bereid
Maar door de drank en duisternis misleid
Verviel zijn hulp al gauw in’t ongerede

Hij zei dat we daar sterk en stevig stonden
Had hij die stelling dan niet zelf gebouwd?
Maar ja, in slechts een deel van een seconde
Begaf de stelling het en ging het fout

En zo gaat menig schilderwerk te gronde
Wanneer je op een dronken neef vertrouwt!

Dit is een bout-rimé op een gedicht van Jean Pierre Rawie dat je op het forum vindt onder
'Schilderwerk'
 

Koop koop koop