Het vrije vers

Voor en door plezierdichters

Met Forum, Vorm én Vent

Sonnet 29

When, in disgrace with Fortune and men's eyes,

I all alone beweep my outcast state

And trouble deaf heaven with my bootless cries

And look upon my self and curse my fate,


Wishing me like to one more rich in hope,

Featured like him, like him with friends possessed,

Desiring this man's art, and that man's scope,

With what I most enjoy contented least,


Yet in these thoughts myself almost despising,

Haply I think on thee, and then my state,

Like to the lark at break of day arising

From sullen earth sings hymns at heaven's gate.


For thy sweet love remembered such wealth brings

That then I scorn to change my state with kings.

*

Lig ik in tranen hier voor Neerlands volk
En lazer van mijn rotspiek met een boog
Dan schreeuw ik mijn ellende huizenhoog
En weet: ik viel weer in mijn eigen dolk

Ik zou in grote rijkdom kunnen leven
Met vrienden alle uren om mij heen
Van wie ik schoonheid, macht en status leen
De luchtbel knapt, het mooiste duurt maar even

Ik zwelg zo nog wat door in oud chagrijn
Dan teken jij een glimlach op mijn kaken
Terwijl daarbuiten vogels hooglied maken
En psalmen fluitend in de glorie zijn

Ik droom jouw kleine hoofd tegen mijn borst
Geen cent en toch gelukkig als een vorst  

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Forum (recent...)

Uit het archief

De geschiedenis van een nameloze

 



Bladerend in de immer uitdijende Nederlandse Poëzie Encyclopedie miste ik opeens een naam: Wouter Noordewier.
Een naam die ik alleen kende van een merkwaardige ervaring van negentien jaar geleden, toen ik een brief van hem mocht ontvangen, die verband hield met een uitgave van Zuid-Amerikaanse gedichten. Was hij wellicht geen dichter en enkel vertaler?
Google meldde dat hij een gedicht had gepubliceerd in een literair blad (zie hier), dat onderdeel was van een cyclus en dat hij, hoewel geboren in 1935, in elk geval in 2010 nog actief was met een literaire practical joke die me niet echt verbaasde, en verontwaardiging  bij de een en geamuseerdheid bij de ander opriep.
Ik ben bang dat het niet grappig bedoeld was, maar dat er een vileine mensenhaat en jalousie de métier achter steekt.

Terug naar 1994, toen op een avond de telefoon ging en een oudere mannenstem zich meldde met het volgende: ‘Goedenavond meneer Van den Born. Mijn naam is Wouter Noordewier en ik wilde u een brief sturen. Mag dat?’
Een vreemd verzoek, want als iemand je telefoonnummer heeft kan hij ook achter je adres komen, dus ik antwoordde dat hij maar aan die drang moest toegeven en hij bedankte en hing op.
Een paar dagen later kwam de brief en het handschrift op de envelope deed alle alarmbellen rinkelen. Alle grafologische kenmerken van geschiftheid, blinde ambitie en intense misantropie, geslepenheid en dubbel spel spelen sprongen me tegemoet:
  Lees meer...

Koop koop koop