Het vrije vers

Voor en door plezierdichters

Omdat light verse lééft



De veren raken langzaam opgewonden,
het anker zet zich schrap met rad en tand.
De wijzerplaat roept: reik elkaar de hand,
wees wijzer wijzers, vrij en ongebonden!

Pendules laten knarsend van zich horen,
een vestzakuurwerk vangt al aan te hikken.
De Friese stoelklok zal het straks vertikken.
Het carillon zingt luidkeels van de toren:

Wij zien het uurtje achteruit niet zitten,
blijf af! Al onze wijzers zijn bevrijd.
Het is genoeg, de klokken zijn van slag.

Laat ons met rust tot aan de zomerdag
en stop toch dat geknutsel met de tijd
om wille van een uurtje langer pitten

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Forum (recent...)

Uit het archief

De Wobbelborg (naar Lewis Carroll)



't Was brimstig en de slijtse toof
Droof gronk en glimpig in het zwamp
De mimse bostels waren oof
En de maamrak uitte hamp

'Zoon, hoedt u voor de Wobbelborg!
De bijtekaak, de klauwengrijp
Ontwijk de flubberkauw, ontduik
De frumpse nekkenknijp'

Hij nam zijn vorplend zwaard ter hand
Lang zocht hij naar de zwuige barg
Hij rustte loom bij de tontoboom
En stond daar, vol van kwarg

En, wijl hij daar verkwargend was,
De wobbelborg, met ogenvlam,
Kwam wif door het verstromd gewas
 En burfde toen het kwam.

En een en twee, en om en heen
Het vorplend zwaard ging snij en snoer
Het beest ging dood en met zijn hoofd
Glumpeerde hij retour

 'En is de Wobbelborg passé?
Ach strale jongen, knuf mij lang!
O, zwateldag, kadoem kallee'
Verdrogde hij, vol zwang

't Was brimstig en de slijtse toof
Droof gronk en glimpig in het wamp
De mimse bostels waren oof
En de maamrak uitte hamp

Koop koop koop