Het vrije vers

Voor en door plezierdichters

Met Forum, Vorm én Vent



Verduveld! Riep Veronica, en nou wil ik het weten:
Mijn moeder heet Geertruida en mijn vader Adriaan
Zij zijn reeds lang ontwold en ook gedeelt’lijk opgegeten
Ik heb hen nooit de vraag gesteld: Waar komt mijn naam vandaan?

Waar moet ik mij vervoegen en bij wie kan ik te rade
De meesten mijner zusters heten Trui, mijn broeders Ad
Ik hoor een enk’ling fluisteren: “het is iets met een wade
- of iets met fotografen” - nee, ik heb het écht gehad…

Ze schelde bij de pastorie en sprak: u bent belezen
Kunt u mij helpen, dominee, het is per slot uw vak
De dames Groen, ter plekke voor wat thee en exegese
Beaamden dit en zeiden: Stel ons schaapje op ‘t gemak

Wat goed dat u die vraag stelt; ik zal dit eens uit gaan zoeken
De dominee sprong op en rende naar zijn biebelteek
Daar zat hij weggedoken, wel een uur achter de boeken
Ach gut, zeiden de dames Groen, neem nog een plakje keek

Ineens weerklonk: Eureka! Kijk eens wat ik heb gevonden
Hij wees: Dát is Veronica, dít hier de doornenkroon
En zo te zien verzorgt zij hier het hoofd vol bloed en wonden
De Heere met een zweetdoek: dit noem ik een waar icoon

Wat mooi, sprak toen Veronica, het voelt ineens heel fijn
Ik heb heel diep van binnen altijd zuster willen zijn


Voor meer over de heilige Veronica klik hier.

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Forum (recent...)

Uit het archief

Uiterst fijne dames

Daar stappen ze, trots en  gewichtig
met hun borsten en neuzen vooraan,
maar doen wel op straat heel voorzichtig
alsof ze zo stuk kunnen gaan.
Met hen valt bepaald niet te spotten.
Ze dragen, lijkt het, glazen potten
Al wordt dat onhandig gedaan. 

Ze kwamen net brandschoon naar buiten,
ze zijn niet te dun of te dik.
Ze hebben beton in hun kuiten
en een ijzige kou in hun blik.
Men houdt ze voor sprookjesfiguren,
maar hun man schijnt een bank te besturen.
Dus is het niet zeker, vind ik.

Ze lopen op rails als het ware,
dus zorg dat je steeds hen ontwijkt.
En kijk eens hoe stram ze gebaren,
hoe dat op een vlaggenstok lijkt.
Ik kan me geen voorstelling maken
dat iemand hen ooit aan mag raken,
geen mens heeft dat waar ook bereikt.

Je zou kunnen denken, ’s nachts gaan ze
met jas aan en hoed op naar bed.
Daar liggen ze niet, nee, daar staan ze
en ze schamen zich op het toilet.
Men zou kunnen denken, ze schoten
het liefst alle mannen maar dood en
ze knijpen nog in hun skelet.

Het is of ze koninklijk zweven,
maar mij neemt men niet bij de neus:
de dames doen uiterst verheven
en zijn ook van glas, maar niet heus!
Je kunt ze als andere meiden
best doorhebben, slaan en verleiden.
Dan neem je hen pas serieus.

Een vertaling door Driek van Wissen van Ganz besonders feine Damen uit de bundel Lyrische Hausapotheke van Erich Kästner.

 

 

 

Koop koop koop