Het vrije vers

Voor en door plezierdichters

Met Forum, Vorm én Vent

Dag jongens en meisjes, laatst kwam ik een aardig werkje tegen van Jacob van Lennep en daar heb ik een antwoord bij geschreven.
Het origineel is uit: Vertalingen en navolgingen in poezy (1884)

DE GLIMWORM EN DE PAD
Een fabelVonk'lend door het loverduister,
Zelf onkundig van haar luister,
Licht-ster van de klavergrond,
Doolde een glimworm in het rond.
Uit het zwabbrig slijm gekropen,
Stort een pad, met vuil bedropen,
Op die fel gehate schijn
't Onweerstaanbaar moordvenijn.
‘Waarom doodt in arren moede,
Waarom doodt mij uwe woede,
Daar 'k u nooit beledigd had?’
‘Waarom licht gij?" bromt de pad.


DE GLIMWORM EN DE PAD
Een antwoord

Stinkend uit de diepste poelen
Onbewust van diep bedoelen
Slijmrig en van binnen goor
Sprong een pad de tuinpoort door.
Hij had juist met volle longen
Kworkend luid zijn lied gezongen;
Wordt zijn vel in twee gespleten
Door een glimworm aangevreten.
‘Kleine glimworm waarom bijt ge
Vleesbedervend giftig zijt ge
Mij de kikkerbillen blauw?’
‘Lieve pad, ik lust je rauw!’



ill: Baron van Hippelepip(1917)–Mien Visser-Düker

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Forum (recent...)

Uit het archief

Zalm

Het slome stadje waar ik ben geboren,
kent in de Molenweg zijn sloomste straat.
Zelf was ik ook vrij sloom, en inderdaad:
de Molenweg, daar leek ik thuis te horen.

Maar God had kleine Robbie aangepraat,
dat in de straat een kind was uitverkoren
om ooit tot 's lands elite te behoren.
Die wetenschap genas mijn spleen probaat.

De jaren kwamen en de goden gingen,
Maar God's belofte liet zich niet verdringen.
Toen kwam Hij terug en brak de laatste halm.

Het nieuwe kabinet was aangetreden.
Daar stond hij, één der prominentste leden:
die jongen van de buren, Gerrit Zalm.


Nummer drie in de Autobiografische sonnettenwedstrijd
 

Koop koop koop