Het vrije vers

Bevrijd van vormloosheid

Omdat light verse lééft



Ik ga niet graag met woorden aan de haal
Maar een der mooiste zinnen ooit geboekt
Krijgt nu jouw eindig lijf wordt opgedoekt
Een nieuw bestaan, een nieuw begrip in taal

Ik weet niet of jij naar een hemel zoekt
– Verwacht geen sterren of een grote zaal –
Je bent ontdaan van elke pracht en praal
En hebt voor niets gebeden en gevloekt

Couperus heeft je minzaam toegeknikt
Hij spreekt jou toe met licht-omfloerste toon
“Uw dichtwerk was voor mij geen mer à boire

Wij achten u als lidmaat zeer geschikt
En entre-nous blijkt weer – o godenzoon:
Zoo gij iets waart, waart gij een Hagenaar”

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

De Fantenkoning



Voorbij het land van Schorseneren
waar enkel maar de wind nog zucht
niet ver van de Slampampermeren
daar leven schepsels van de lucht
en in dat land van melk en honing
daar flierefluit de Fantenkoning

Wat valt er over hem te melden
hij houdt zich in het bos verschanst
en resideert in slaapbolvelden
alwaar hij louter lappen zwanst
en heel de dag de tijd verknoort
al heeft hij nooit van tijd gehoord

In bussels en langs waterkant
met niemendal in het verschiet
nut hij het niets, en dat constant
al pootjebadend in de vliet
de dagen dievend, en de nachten
met niks en noppes te verwachten

Van een ding weet hij wel van wanten
van duimendraaien wordt hij moe
de koning van het Land der Fanten
dus dekt hij zich met lummel toe
zijn muil gaat standje apegaap
voor een verdiende hazenslaap