Het vrije vers

Voor en door plezierdichters

Met Forum, Vorm én Vent

De vorstgrens is weer opgeschoven
en rillend sta ik naast mijn bed.
De gang van deken naar toilet
bezorgt me nou al winterkloven.

Wie ijspret heeft bedacht en sneeuw
vind ik de knoeier van de eeuw,
kijk mij daar nu eens zielig staan:

totdat ik eerst ben uitgerild
kruip ik weer in mijn koudeschild
met zeven lagen kleding aan.

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Forum (recent...)

Uit het archief

Voorlopige kennisgeving

Jolijn stond als een windhaan in het leven
Ze brak zich over elke scheet het hoofd,
Een zoekster die haar leven lang bleef zweven
En niemand haar vertrouwen dorst te geven

Hoe ik me ook voor haar heb uitgesloofd
Het jawoord heeft ze dertig jaar vermeden
Al waren wij een keer bijkans verloofd
Wat haar haast van haar zinnen heeft beroofd

Soms had zij liefst haar polsen doorgesneden
Ofschoon ze ook wel honderd jaar werd graag
Die kans hoort nu voorgoed tot het verleden
Want zij is domweg van de trap gegleden

Begraven of cremeren, is mijn vraag…
U hoort het morgen, of misschien vandaag



Frits Criens: 'Wat een toeval dat gedicht van Maarten Beemster. In mijn bundel die komend voorjaar bij de Contrabas verschijnt, staat een sonnet met nagenoeg dezelfde clou. De titel van de bundel wordt hoogstwaarschijnlijk: Zo’n plastuit lijkt mij ideaal. '

Koop koop koop