Ik wandel kalmpjes langs de waterkant
Met mijn bejaarde, zeer demente oom
We stoppen bij een theehuis met een vlonder
Voor appeltaart met versgeslagen room
Hij kliedert kwijlend heel zijn rolstoel onder
Likt dan de resten smakkend van het chroom
Ik ben eraan gewend: niets aan de hand
Hoe heerlijk, zo te leven zonder schroom

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

Goes

Ballade1

Al wordt alom de lof bezongen
van feeën uit Heerhugowaard,
van gratiën uit Oude-Tongen,
van engelen uit Kudelstaart,
de schat aan schoons uit Dedemsvaart,
Hoog-Soeren, Zutphen en Slagharen,
hoe fraai ook, en terecht vermaard -
de Goese meiden zijn je ware.

Al heb ik eertijds, zij het even,
aan Joyce uit Hank mijn hart verpand
en deelde ik een uur mijn leven
met Gwendolyn uit Swifterbant,
een dag met Lien uit Loon-op-Zand,
een week of wat met Loes uit Laren
(of was het Floor uit Flevoland?) -
de Goese meiden zijn je ware.

In Goes bevindt zich, kom maar kijken,
een heuse schoonheidskoningin,
de eerste onder haar gelijken,
een vamp, een Venus, een godin!
Zij vangt de blik, streelt ziel en zin
van mannen, jong en oud van jaren;
je houdt je pas, je adem in -
de Goese meiden zijn je ware.

Envoi

O Casanova's, Don Juans,
van schonen die haar evenaren
krioelt het hier; kom, grijp uw kans! -
de Goese meiden zijn je ware.