Het vrije vers

Bevrijd van vormloosheid

Omdat light verse lééft



Hij was student in... nou ja, iets met -loog
Hing maar wat rond met steeds een ander grietje
De kroeg was Diederik zijn tweede thuis

We bralden onze kelen schor en droog
Bij elk glas bier had hij een schunnig liedje
De Dionysos van de kroegentocht

En ter verhoging van het feestgedruis
Klom hij vaak dirigerend op de toog
Die goeie Diederik, ons aller Diedje

Als laatste ging hij dan onvast naar huis
Totdat, geheel vervuld van geestrijk vocht
Een nieuw carrièreplan in hem ontvlamde

Hij werd coureur - tot aan die scherpe bocht
Want daar staat ook de boom die Diedje ramde

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

Het Vledeweekdier




De Woens zei: ‘Beste vrienden,
ik wil weer eens naar zee.
Wat varen en wat vissen…
Wie gaat er met me mee?’
 
‘Potdomme!' zei de Zater.
'Ik wilde dat ik kon
maar ik vertrek vandaag voor
een reisje naar de zon.’
 
De Dins zuchtte beteuterd:
‘Helaas, ik kan niet gaan.
Mijn hengel is sinds gister
volledig naar de maan.’
 
‘Naar zee toe?' zei de Donder.
'Dat is echt iets voor mij.
Het komt goed uit, want morgen
heb ik toevallig vrij.’
 
De Woens pakte zijn schepnet,
de Donder zijn harpoen;
ze regelden een bootje
en voeren uit. Maar toen –
 
Hap! zei het Vledeweekdier,
dat achterlijke beest.
Ze gingen kopje-onder
en waren er geweest.