Het vrije vers

Bevrijd van vormloosheid

Omdat light verse lééft

christiaanlijst
 
Christiaan Abbing uit Veenendaal is tweede geworden bij het Nederlands Kampioenschap Light Verse Dichten 2020. 
Een van zijn ingezonden gedichten. 
 
ODE AAN CANON IN D
 
Die canon hè, die blijft me fascineren
Al denk ik soms: nu weten we het wel
De melodielijn blijft maar repeteren
Het intrigeert vanaf de eerste tel
 
Al denk ik soms: nu weten we het wel
De melodielijn blijft maar repeteren
De componist weet met zijn notenspel
Je oor volledig te hypnotiseren
 
De melodielijn blijft maar repeteren
En zit je even niet zo lekker in je vel
Dan helpt de lome basklank je kalmeren
Je adem daalt, je hart gaat minder snel
 
Die lage bas, violen hoog en schel
Die langs de notenbalken voltigeren
Eerst kalm, maar gaandeweg ook scherp en fel 
Die canon hè, die blijft me fascineren
 
Een fijne achtergrond bij het studeren
Ook onderweg een prima reisgezel
Die canon hè, die blijft me fascineren
Al denk je soms: nu weten we het wel
 
Al is er veel meer werk van Pachelbel 
Die canon hè, die blijft me fascineren
Nu denk je vast: dát weten we nu wel
Je plaat zit vast, je blijft maar repeteren
 
https://christiaanabbing.wordpress.com
 
 
Jurylid Nicolette Leenstra over Christiaan Abbing 
'Die Canon hè, die blijft me fascineren'
 
Christiaan Abbing , de winnaar van 2019, is een echte Plezierdichter. Hij geniet van constructies met de beperking van rijmklanken. Hierbij behoudt hij een natuurlijke flow. In zijn lichte verzen komen actualiteit én cultuur aan bod. 
Hij heeft mij /de jury vermaakt met zijn gelaagde sonnet over de advocatuur, waarbij hij meesterlijk speelt met  enjambement en ambiguïteit. Ook zijn sonnet  #blijfthuis over hardlopen tijdens corona getuigt van inventiviteit. Hij was een echte kilometervreter. Via drie rijmklanken bewegen wij mee naar de tragische afloop.
Even geslaagd is de parlando klinkende beschouwing over Pachelbels Canon in D. Die Canon hè, die blijft me fascineren. Vergis u niet! Virtuoos gebouwd op twee rijmklanken schreef Christiaan  een pantoumvariant van 6 strofen.  Een goedgekozen vorm:  de regelherhaling illustreert de basso ostinato van de Canon. Muzikaal, geestig, een ironisch slot. Nog een paar kleine onvolkomenheden bijschaven, dan is dit subliem vakwerk.
 
 

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

Willem Wilmink Dichtwedstrijdverslag

wwdw

(c) foto Ellen Lamberts
 
Het was een prachtige, zonnige, bijzondere en als altijd warmbadderige middag in het steeds fraaier wordende Almelo (ondertussen, een weetje, reeds opgevrolijkt met maar liefst vijftien muurgedichten). In het bijzijn van vele aanwezigen, de als altijd geweldige wedstrijdorganisatie, de juryleden, alsmede ook prominenten als Wobke Wilmink, Jean Pierre Rawie, Ivo de Wijs, Jan Boerstoel, Jan J. Pieterse, Peter Knipmeijer en Theo Danes als gastdichter van deze editie, werd de poëzie en het lichte vers beluisterd en bejubeld. Er werd veel gelachen, er was pianomuziek, er werd in mooie momenten ook stilgestaan bij het recente overlijden van Patty Scholten.
 
Het was een middag om niet snel te vergeten, zeker ook omdat onder de gelauwerden twee en een halve Vrije Versers aanwezig waren, waarbij Remko Koplamp het wel heel erg bont maakte in de stoet, want hij won. Hanneke van Almelo (alias Hendrikje de Koning) zong haar bijdrage bijzonder fraai in Bes majeur, ook in een andere toonsoort was het overigens ongetwijfeld fraai geweest. En de hierboven genoemde half slaat op de wederhelft van Remko, Anneke Haasnoot, zij werd zevende vlak achter Hendrikje. Of eigenlijk voor, in die zin dat de top tien met toenemende spanningsboog aan bod komt. Hulde, driewerf!
 
(Uw verslaggever was ook des avonds aanwezig bij de eveneens als altijd fantastisch verzorgde dis, en reed na warme gesprekken en vele anekdotes voldaan en met een overtollige hoeveelheid genutttigde wijn geheel onverantwoord huiswaarts en miste door geblokkeerde afslagen en een andere wedstrijd op de radio diverse routepunten. Maar dit terzijde.)
 

Bij Claudia
 
Ik wist niet wat me nog te wachten stond
Toen ik na heel wat schroom en aarzeling
Voor ’t eerst bij Claudia naar binnen ging 
Gelukkig bleek mijn bangheid ongegrond
 
ik gaf mij over aan haar vaardigheid
Voelde haar vingers strijken langs mijn nek
En door het laken heen haar warme plek
Ik deed mijn ogen dicht, vergat de tijd
 
Totdat ik opschrok uit mijn dromerij
Met rood gekleurde konen gaf ik traag
Ietwat bedeesd nog, antwoord op haar vraag
“Wat korter graag, de oren mogen vrij”
 
Remko Koplamp
 
 

Vroeg of laat
 
De eerste keer dat ik die warme lach
van dichtbij in jouw ogen zag
ging er een wereld open.
Ik wist niet wat me nog te wachten stond
en stond genageld aan de grond;
ik kon alleen maar hopen.
 
De eerste zuigeling in ons gezin
kwam goedgemutst de wereld in;
zo ook haar beide zussen.
We wisten niet wat ons te wachten stond;
opeens liepen er tieners rond.
Wat als ze wilden kussen?
 
Het eerste teken dat mijn lichaam gaf
van eindbestemming kist en graf
heeft reeds wat metgezellen.
Ik weet niet wat me straks te wachten staat,
maar merk het vast wel vroeg of laat.
Dan zal ik even bellen.
 
Hanneke van Almelo
 

ZWAVELTUIN
 
Ik wist niet wat me nog te wachten stond
Toen ik de moederschoot was uitgegleden
Van vieze broek en borstrok naar het heden
Van brabbeltaal en rijm naar grote mond
Van kind naar man en naar een echtverbond
Vol Calvinisme, kerkgang en gebeden
Ik wist niet wat me nog te wachten stond
Toen ik de moederschoot was uitgegleden
Steeds vaker snoerde vrouwlief mij de mond
Op zondag heb ik trouw het vlees gesneden
Toch ging het mis in onze Hof van Eden
Die bleek een tuin te zijn op zwavelgrond
Ik wist niet wat me nog te wachten stond
Toen ik de moederschoot was uitgegleden
 
Anneke Haasnoot