Het vrije vers

Bevrijd van vormloosheid

Omdat light verse lééft




ze waren weer present, die rare hoeden...
een dame had een bloemkool op haar hoofd
haar buurvrouw had een vogelnest geroofd
zo groot, daar kon een ooievaar op broeden

een uitgelaten juffrouw, een gegoede
had zich vandaag bijzonder uitgesloofd
een zwaarbeladen vrachtschip sappig ooft
genoeg om heel het ziekenhuis te voeden

’t is fraai, zo’n rariteitenkabinet
een exhibitie van verzamelwoede
de lachlust werd gewekt, ten overvloede
het leven leek een kleurrijk feestbanket

toen kwam de vrouw van Jantje met de pet
ze droeg alleen een doekje ... voor het bloeden

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

Moira



Clotho heeft haar draad gesponnen van je moeder's navelstreng
In de grote boze wereld, ook al ben je klaar, best eng
Jij doet dan je ogen open, ziet het eerste levenslicht
Achter je nog vaag de haven, die verdwijnt uit het gezicht

Lachésis  had reeds gemeten, wist hoe lang jouw draad zou zijn
Welke bochten, welke kronkels, welke blijdschap welke pijn
Langs het pad gelegen waren, door het lot voor jou bereid
Nu eens blijdschap, dan verdriet, geloof, hoop, liefde op zijn tijd

Atropos was het tenslotte, die jouw draad dan heel kordaat
En voor altijd door zou knippen, waarna jij niet meer bestaat

Wie door nagelaten oeuvre, als hij zelf is heengegaan
Anderen nog blijft beroeren, heeft het beregoed geDaan