Het vrije vers

Voor en door plezierdichters

Met Forum, Vorm én Vent

O, wat weet ik mij verlaten!
Niets is hier voor mij bestemd.
In mijn sokken zitten gaten
en ik voel in lichte mate
heimwee vlak achter mijn hemd.

Wat je zei, heb ik bekeken,
elke bezienswaardigheid.
Ik rijd rond in fraaie streken,
maar mijn hart laat ik niet spreken.
Ik verdrijf hier slechts de tijd.

Niemand kan ik hier bereiken
nu jij het bij brieven laat!
En ik sta hier vreemd te kijken
naar een standbeeld dat moet lijken
op een god die niet bestaat.

Binnen staan, bloot en losbandig,
nog meer beelden klaar voor mij.
(Daarvoor maakt men geld afhandig!)
En ik blijf alweer verstandig
en ik laat het er maar bij.

Ach, de mens weet van nature
dat hij dikwijls wachten moet.
Maar dat wachten kan lang duren
en dan ga je kaarten sturen:
“Liefste, hier is alles goed.” 

’s Nachts kan ik de slaap niet vatten
en ik steek mijn narrenkop
uit het raam, word dan flink nat en
onder het gekrijs der katten
loop ik een bronchitis op.  

 

Een vertaling door Driek van Wissen van Sentimentale Reise uit de bundel Lyrische Hausapotheke van Erich Kästner.

 

 

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Forum (recent...)

Uit het archief

Schaap Veronica vers

EN? vroeg het schaap Veronica. Hoe vond u de ruïne?
Hoe of de reünie was? antwoordden de dames Groen.
Apart! We stapten als het ware in een tijdmachine
en hupsakee, we waren weer de meisjes Groen van toen.

We hebben heerlijk bijgekletst met al onze vriendinnen
en onze oude handwerkjuf, Sybilla van der Zwam –
maar tegen middernacht kwam er een rare snuiter binnen,
die zei dat hij Henk Suikerbuik was, onze oude vlam!
 
Het was een morsig manspersoon met ongepoetste schoenen;
hij leek geen spat, geen sikkepit op onze knappe Henk.
Dag schatjes! riep hij. Jullie heb ik ooit nog leren zoenen!
En kijk, mijn trui bewijst dat ik nog steeds aan jullie denk.
 
Nou hébben we destijds voor Henk een Noorse trui gebrejen…
We keken nog eens goed en toen herkenden we de wol.
Dus inderdaad, we hebben met die griezel ooit gevrejen!
De prins van onze dromen bleek veranderd in een trol.
 
We zeiden goeienavond en we pakten onze jassen.
Maar Henk, helaas, die moest en zou met ons mee naar de trem.
En laat ie nou in ’t park tegen een conifeer gaan plassen!
We gingen ervandoor, we hadden schoon genoeg van hem.
 
Ze zwegen, want de dominee verscheen met rode rozen,
een knoert van een boeket, zojuist bezorgd door de bloemist.
Verbaasd las hij het kaartje voor (en moest wel even blozen):
Veel liefs van Henk. En sorry dat ik daarzo heb gepist.
 
Dat was dan de ruïne, zei het schaap Veronica.
Toen at ze alle rozen op, met chocoladevla. 

Koop koop koop