Het vrije vers

Voor en door plezierdichters

Omdat light verse lééft

Ik zie mijzelf als welgeschapen heer
Hoewel het mij al dikwijls overkwam
Dat ik me bleek te uiten in geblaat
In plaats van wijze en verheven woorden

Ja, logisch: af en toe ben ik een ram
Natuurlijk wel in goddelijke staat
En afgebeeld in veel toeristenoorden
Dus praat ik verder met mijn rauwe stem

“Kras! Kras!” En iedereen is idolaat
(Behalve dan de geestelijk gestoorden)
En zegt bevlogen: “Hoor! Daar heb je hem –
De valkgod!” want dat ben ik evenzeer

Ik blijf maar onderling verwisselbaar
En houd me slechts met moeite uit elkaar


Pthah-Sokaris is eigenlijk een verzamelnaam voor drie Egyptische goden. Pthah, de hoofdfiguur, was de schepper en de vader der goden; zijn dienst ontstond in Memphis. Hij wordt afgebeeld in menselijke gedaante, met een scepter als symbool van macht. Als vormer van alle dingen is hij wel vereenzelvigd met Hephaistos (Vulcanus); tamelijk vergezocht. Hij was beschermheer van de kunstenaars. Sekmet, de godin met het leeuwehoofd, was zijn echtgenote en de stier Apis zijn zoon.

In zijn functie van Amon (oorspronkelijk de god van Thebe en gehuwd met Moet) kon hij de gestalte of minstens het hoofd van een ram aannemen. Toen zijn naam verbonden werd aan die van Re, de zonnegod, werd hij gezien als oppergod, en de Grieken herkenden in hem hun Zeus. Hij was de beschermer van de pharao’s.

Horus, de valk, was de god der stilte en een combinatie van de zonnegod Horus (nauwelijks te onderscheiden van Re) en het kind Horus, zoon van Osiris en Isis. Hij komt overeen met de Griekse god Apollo. Zijn embleem is de zonneschijf met vleugels.

(Uit: Fabelmensen, met tekeningen van Ed Koenders, uitgeverij Liverse, 2010)

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Forum (recent...)

Uit het archief

Bij de dood van een Griekse bard



Zijn hoge stem, zijn baard, zijn lange haren
De zanger, ooit van Afrodites kind
Werd door een trouwe schare fans bemind
En raakte met zijn liedjes vele snaren

Ook ik werd destijds in mijn jonge jaren
Geraakt door Demis en zijn vriend de wind
En dacht een man die deze tekst verzint
En zo mooi zingt die zal het lot wel sparen

Ik was helaas naïef, ook deze Griek
Werd door het spook dat kanker heet besprongen
En, veel te jong nog, ongeneeslijk ziek

'Forever' heeft hij jarenlang gezongen
'And ever' zong hij daar dan achteraan
Maar wist natuurlijk: eeuwig zal niet gaan

Koop koop koop